Halsema verklaart Amsterdam tot beschermer van gestigmatiseerde gelovigen

Halsema verklaart Amsterdam tot beschermer van gestigmatiseerde gelovigen

2026-06-08 binnenland

Amsterdam, maandag, 8 juni 2026.
Halsema noemt uitspraken van Keijzer en Nobel over moslims na Ajax-Maccabi ronduit discriminerend. Amsterdam grijpt voortaan ook in zonder strafbare feiten.

Amsterdam trekt een streep

In Amsterdam heeft burgemeester Femke Halsema afgelopen week een conceptnotitie rondgestuurd naar religieuze instellingen [1][2]. De boodschap is helder: Amsterdam staat op voor gelovigen die door de overheid worden weggezet of gestigmatiseerd. Halsema noemt dat ‘inclusieve neutraliteit’ — de gemeente geeft niet alleen ruimte aan geloofsgroepen, maar komt ook publiekelijk voor hen op [2]. Zelfs als er juridisch geen grond is voor maatregelen en er geen strafbare feiten zijn gepleegd [1][2]. Dat is een opvallende stap. De gemeente geeft zichzelf hiermee een bredere publieke rol dan louter wetten handhaven.

Keijzer en Nobel krijgen er van langs

Halsema richt haar pijlen expliciet op vicepremier Mona Keijzer en staatssecretaris Jurgen Nobel [1][2]. Na de ernstige ongeregeldheden rond de voetbalwedstrijd Ajax–Maccabi Tel Aviv in Amsterdam in november 2024 hielden beide bewindspersonen moslims deels verantwoordelijk — zonder concrete aanwijzingen [1][2]. Halsema noemt die uitspraken ronduit ‘discriminerend of op zijn minst uitsluitend’ [1]. Zo’n uitspraak van een burgemeester over zittende kabinetsleden is allesbehalve alledaags. De notitie markeert een duidelijk conflict tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en Den Haag over hoe de overheid met religieuze minderheden hoort om te gaan [GPT]. De notitie ligt ook haaks op kabinetsplannen: terwijl Amsterdam wil toestaan dat ambtenaren en handhavers een hoofddoek of keppel dragen, werkt het kabinet juist aan een verbod op religieuze tekens bij boa’s [2].

Vrijheid heeft grenzen — en Amsterdam trekt die zelf

De notitie is geen blanco cheque voor religieuze gemeenschappen. Amsterdam beschermt vrijwillige religieuze keuzes van volwassenen, zoals gescheiden gebedsruimten [2]. Maar zodra individuele grondrechten in het geding komen — denk aan pogingen tot ‘homogenezing’, bedreigingen van afvalligen of ernstige beperkingen van de vrijheid van vrouwen — kiest Amsterdam consequent voor het individu [1][2]. Praktisch wil de gemeente ook meehelpen bij huisvestingsvragen voor geloofsgemeenschappen: meedenken over locaties en eventueel leegstaande kerkgebouwen aankopen en herbestemmen [1][2]. Die laatste lijn trekt Halsema bewust recht, want wethouder Rutger Groot Wassink stelde eerder dat huisvesting van religieuze instellingen geen gemeentelijke taak is [1][2]. De definitieve notitie wordt samen met een raadsbrief aan de Amsterdamse gemeenteraad voorgelegd [alert! ‘deadline en exacte datum zijn onbekend’] [1][2].

Bronnen


gelovigen stigmatisering