Nederland verdient elke Europese onderzoekseuro bijna dubbel terug

Nederland verdient elke Europese onderzoekseuro bijna dubbel terug

2026-05-29 binnenland

Brussel, vrijdag, 29 mei 2026.
Nederlandse wetenschappers haalden sinds 2021 maar liefst 5 miljard euro op uit het Europese Horizon Europe-fonds. De deal? Voor elke ingelegde euro krijgt Nederland bijna twee euro terug.

Van Den Haag tot Delft: de miljarden stromen binnen

Den Haag, vrijdag 29 mei 2026. Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur maakte vandaag een opvallende mijlpaal bekend: Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven haalden sinds 2021 al 5 miljard euro op uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon Europe [1][2]. Dat is geen klein bier. Ter vergelijking: het totale programmabudget bedraagt 95,5 miljard euro [2]. Nederland pikt daar dus een fors stuk van mee. De geografische verdeling is ook veelzeggend: Zuid-Holland ontving 1,5 miljard euro, Noord-Holland 1,3 miljard euro, en de provincies Noord-Brabant, Utrecht en Gelderland elk ongeveer 600 miljoen euro [2]. Het geld ging voor 45 procent naar onderwijsinstellingen, met de TU Delft als absolute koploper. Een kwart belandde bij bedrijven en 16 procent bij onderzoeksorganisaties zoals TNO [1][2]. Denk aan baanbrekend onderzoek naar longkanker, hersenen namaken in een petrischaaltje of een urinetest voor nierziekten — allemaal gefinancierd met Horizon Europe-geld [1]. Niet slecht voor een land dat normaal gesproken meer inlegt in Europese fondsen dan het terugziet.

De slimste investering van Nederland

Horizon Europe is een van de weinige Europese programma’s waarbij Nederland meer verdient dan het inlegt [1][2]. Elke euro die Nederland investeert, komt bijna dubbel terug [1][2]. Dat klinkt als een goed beleggingsfonds — maar dan eentje dat ook nog eens mini-hartjes op een chip produceert. Minister Rianne Letschert (D66, Onderwijs) is er zichtbaar enthousiast over: “Met Europees geld doen onderzoekers in Nederland geweldige dingen. Ze maken bijvoorbeeld mini-hartjes op een chip, waarmee levens van hartpatiënten gered worden” [2][4]. Sinds 2023 ondersteunt het kabinet via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kennisinstellingen met jaarlijks circa 80 miljoen euro aan eigen bijdragen voor deelname aan Horizon Europe-projecten [2]. Dat Nederland zo goed presteert, is mede te danken aan intensieve ondersteuning: de RVO organiseert informatiesessies voor onderzoekers, zoals een sessie op 28 mei 2026 bij de Vrije Universiteit Amsterdam specifiek gericht op gezondheidsgerelateerde onderzoeksaanvragen [3].

De volgende ronde: inzet verdubbeld

Horizon Europe loopt in 2027 af [1][2]. Maar Nederland wil meer. Vandaag, vrijdag 29 mei 2026, is minister Letschert in Brussel om met collega-ministers uit andere EU-lidstaten te onderhandelen over de opvolger van het programma [2][4]. De Europese Commissie stelde daarvoor al een budget voor van 175 miljard euro voor de periode 2028-2034 — een stijging van 83.246 procent ten opzichte van het huidige budget van 95,5 miljard euro [2]. Letschert benadrukt het strategische belang: “Juist nu internationale concurrentie toeneemt en technologische afhankelijkheden groter worden, is het goed om deze kennis, talenten en innovaties in eigen land te laten bloeien” [4]. Voor Nederlandse universiteiten, onderzoeksinstituten en innovatieve bedrijven staat er dus veel op het spel. Een groter opvolgend fonds betekent meer kansen om Europese onderzoeksmiljarden naar Nederland te halen. En als de huidige rendementen aanhouden, is dat simpelweg de slimste investering die Nederland kan doen.

Bronnen


Europees innovatiefonds Nederlandse wetenschap