Hongarije verliest vandaag definitief 1 miljard euro EU-geld door gefaalde hervormingen
Boedapest, donderdag, 1 januari 2026.
Brussel trekt de stekker eruit. Hongarije kan geen aanspraak meer maken op 1,04 miljard euro aan EU-fondsen omdat het land de deadline van 31 december 2025 heeft gemist voor cruciale rechtsstaat hervormingen. Dit is al het tweede miljard dat Hongarije kwijtraakt - eind 2024 ging ook al 1 miljard verloren. In totaal dreigt het land 6,3 miljard euro mis te lopen uit het EU-budget voor 2021-2027.
Conditionaliteitsmechanisme slaat hard toe
De Europese Commissie activeerde eind 2022 het conditionaliteitsmechanisme tegen Hongarije [1][2]. Dit instrument beschermt de financiële belangen van de EU door geld te blokkeren als een lidstaat de rechtsstaat niet op orde heeft [1]. Premier Viktor Orbán had voor 31 december 2025 hervormingen moeten doorvoeren om corruptie tegen te gaan en de rechtsstaat te versterken [1]. Dat is niet gebeurd. Nu verliest Hongarije definitief toegang tot geld dat eigenlijk in 2023 had moeten worden uitgekeerd, maar werd bevroren [1]. Landen krijgen maximaal twee jaar na de geplande datum om van deze fondsen gebruik te maken [1].
Miljarden verdampen in de mist
Het verlies van vandaag komt bovenop de 1,04 miljard euro die Hongarije eind 2024 al kwijtraakte [2]. In totaal dreigt het land 6.3 miljard euro uit het meerjarenbudget voor 2021 tot 2027 van de EU mis te lopen [1]. Dat is geen kleinigheid voor een land met 9,7 miljoen inwoners [GPT]. Ter vergelijking: dat bedrag komt neer op ongeveer 649.485 euro per Hongaarse burger. De Hongaarse regering erkende eind 2024 tekortkomingen op een aantal van de 17 gestelde voorwaarden [2]. Minister János Bóka beweerde in januari 2025 dat Hongarije wel aan alle voorwaarden voldeed en bestempelde de verliezen als ‘politiek’ [2].
Meer financiële pijn in het verschiet
De ellende is nog niet voorbij voor Orbán. Hongarije riskeert 10,4 miljard euro uit het Herstel- en Veerkrachtfonds te verliezen [2]. Een voorschot van 920 miljoen euro moet worden terugbetaald als de ‘supermijlpalen’ voor rechtsstaat hervormingen niet vóór augustus 2026 worden bereikt [2]. De regering-Orbán heeft geopperd om deze gelden naar latere jaren te herverdelen en gehint op veto’s in de volgende EU-begrotingscyclus na 2027 [2]. Voormalig minister Tibor Navracsics merkte begin 2024 al op dat de gesprekken ‘volledig vast liepen’ [2]. Met verkiezingen in april 2026 op de agenda staat Orbán onder druk [3]. Tegenstander Péter Magyar en de Tisza Partij werden bij de Europese verkiezingen van 2024 de tweede politieke kracht met 29,6 procent van de stemmen [3].