Verdwenen waterinsecten leven weer in Brabantse beken na decennia van afwezigheid
Noord-Brabant, woensdag, 18 maart 2026.
Na dertig jaar verdwijning zijn eendagsvliegen en steenvliegen terug in Noord-Brabantse beken. Deze kwetsbare insecten verdwenen door vervuiling en het rechttrekken van waterwegen. Hun terugkeer bewijst dat decennia van waterverbetering eindelijk vruchten afwerpen. Waterschappen zetten op 17 maart 2026 honderden exemplaren uit die ze van de Veluwe haalden. De insecten werken als levende meetinstrumenten - hun aanwezigheid toont aan dat het water weer schoon genoeg is. Van de oorspronkelijke 57 Nederlandse eendagsvliegsoorten zijn er 22 verdwenen. Bij steenvliegen is het nog dramatischer: 17 van de 28 soorten zijn weg. Over vijf jaar bepalen onderzoekers of deze herintroductie definitief geslaagd is.
Kleine helpers met grote impact voor het ecosysteem
De terugkeer van deze insecten is meer dan een leuk natuurfeitje. Eendagsvliegen en steenvliegen werken als natuurlijke schoonmaakploegen in onze beken [1]. Ze knippen plantenresten in kleine stukjes, net zoals zebra’s en gnoes de vegetatie op de savanne kort houden [3]. Dit legertje onvermoeibare helpers houdt het ecologisch evenwicht in stand [1][3]. Bovendien fungeren ze als levende meetinstrumenten die ons vertellen of het water schoon en leefbaar is [1][3]. Hun aanwezigheid betekent simpelweg: dit water deeugt. Michiel Cornelis van waterschap Brabantse Delta zette dinsdag 17 maart 2026 behoedzaam honderden exemplaren uit in de Roovert bij Hilvarenbeek [1]. “De eendagsvlieg vindt het fijn om een beetje in rustiger water te verblijven en de steenvlieg houdt juist wel van stroming”, legt hij uit terwijl hij de minuscule diertjes voorzichtig in het water laat glijden [1].
Dramatisch verlies, voorzichtig herstel
De cijfers zijn onthutsend. Van de oorspronkelijke 57 eendagsvliegsoorten in Nederland zijn er naar schatting 22 verdwenen [2]. Bij steenvliegen is het nog erger: 17 van de 28 soorten zijn weg [2]. Deze achteruitgang wordt beschouwd als ‘één van de meest dramatische binnen de Nederlandse fauna’ [2]. De waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta werkten samen met Wageningen Environmental Research en HAS green academy om te bewijzen dat herstel mogelijk is [1][3]. Ze testten larven uit de Veluwe in laboratoria met water uit Brabantse beken [1][3]. Het resultaat was hoopvol: de insecten groeiden en ontwikkelden zich net zo goed als op de Veluwe [1][3]. “Deze kleine insecten vertellen een groot verhaal. Onze beken zijn weer schoon en gezond genoeg om soorten terug te verwelkomen, die we al bijna hadden opgegeven”, zegt bestuurder Karin van den Berg van waterschap Brabantse Delta [2][3].
Vijf jaar geduld voor definitief bewijs
De komende jaren volgen onderzoekers de waterinsecten nauwlettend [1][2]. Over vijf jaar, in 2031, wordt geëvalueerd of de herintroductie echt geslaagd is [2][3]. De insecten zijn slechte vliegers die zich nauwelijks over grote afstanden verplaatsen, dus ze moeten het ter plekke redden [1][3]. De uitzetlocaties zijn zorgvuldig gekozen: waterschap De Dommel plaatste insecten in de Roovertsche Leij en Groote Beerze, Aa en Maas koos voor de Oeffeltse Raam en Astense Aa, en Brabantse Delta zette steenvliegen uit in de Chaamse beken [2][3]. “Hun overleving en vestiging de komende jaren kan het levende bewijs vormen dat decennialang werken aan waterkwaliteit en biodiversiteit loont”, stelt bestuurder Ernest de Groot van waterschap Aa en Maas [2][4]. Voor gewone Brabanders betekent dit dat hun lokale beekjes langzaam hun oorspronkelijke rijkdom terugkrijgen - en dat decennia van belasting- en waterschapsgeld voor schoner water eindelijk zichtbare resultaten oplevert.