Amsterdam schond wet door ondernemingsraadlid te schorsen zonder rechter
Amsterdam, maandag, 11 mei 2026.
De gemeente Amsterdam negeerde de Wet op de ondernemingsraden door een ambtenaar te schorsen zonder eerst toestemming van de rechter te vragen. De geschorste handhaver was lid van de ondernemingsraad en eist nu terugkeer op zijn werkplek. Waarnemend gemeentesecretaris Thea de Vries dacht dat de wet niet gold, ondanks waarschuwingen van andere raadsleden. De zaak draait om beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag naar vrouwelijke collega’s. Tientallen ex-collega’s steunden hem in de rechtszaal. De rechter doet uiterlijk 8 juni 2026 uitspraak over deze complexe zaak die gevolgen kan hebben voor hoe gemeenten omgaan met ondernemingsraadleden.
Rechter hakt knoop door over wetschending
De rechtbank maakte vandaag, maandag 11 mei 2026, gehakt van de gemeente Amsterdam [1]. “Dat is toch in strijd met de wet, om dat te doen zonder tussenkomst van de rechter? U moet eerst langs de rechter,” beet de rechter de gemeente toe [1]. De handhaver, sinds 2012 in dienst, werd in oktober 2025 geschorst en kreeg in december 2025 ontslag op staande voet [1][2]. Hij eiste terugkeer op zijn werkplek [2]. Advocaat Ilse Feenstra onthulde dat waarnemend gemeentesecretaris Thea de Vries dacht dat de Wet op de ondernemingsraden niet gold [1]. Waarschuwingen van andere ondernemingsraadleden werden simpelweg genegeerd [2].
Grensoverschrijdend gedrag en eerdere waarschuwingen
Het Bureau Integriteit van de gemeente rondde in oktober 2025 een onderzoek af naar meldingen van grensoverschrijdend gedrag richting vrouwelijke werknemers en stagiaires [1]. Dit was niet de eerste keer. In 2014 en 2017 werd de handhaver al aangesproken op ongewenst gedrag, waaronder het sturen van berichten naar een stagiaire [1][2]. Zijn laatste chef had moeite met zijn omgangsvormen en opmerkingen over “de kont” van vrouwen [1]. Op 1 december 2025 had hij contact met een collega, wat tot ontslag op staande voet leidde [1]. De gemeente stelde dat de sociale veiligheid van melders ernstig in het geding was [2]. Ironisch genoeg vulden tientallen ex-collega’s, waaronder vrouwen, de zittingzaal om hem te steunen [1][2].
Uitspraak kan precedent scheppen
De gemeente bood aan de handhaver door te betalen tot juli 2026 en een wettelijke ontslagvergoeding te geven, maar hij wees dit af [1][2]. De rechter doet uiterlijk 8 juni 2026 uitspraak [1][2]. Deze zaak kan gevolgen hebben voor hoe gemeenten omgaan met ondernemingsraadbescherming en integriteitsonderzoeken bij ambtenaren [2]. Voor werknemers betekent dit dat hun bescherming als ondernemingsraadlid serieus genomen moet worden. Werkgevers kunnen niet zomaar disciplinaire maatregelen nemen zonder de juiste juridische procedures te volgen [GPT]. De rechter vroeg zich af of klachten mogelijk door leidinggevenden zijn aangewakkerd of dat de ernst van de feiten zwaarder is voorgesteld dan bewezen wordt [2].