Het meisje uit de trein was geen Joods kind maar een Sinti die in Auschwitz werd vermoord

Het meisje uit de trein was geen Joods kind maar een Sinti die in Auschwitz werd vermoord

2026-05-05 binnenland

Den Haag, dinsdag, 5 mei 2026.
Settela Steinbach werd wereldberoemd als ‘het Joodse meisje’ dat schichtig uit een treinraam keek. Maar het 9-jarige kind was een Sinti uit Buchten die samen met 250 anderen naar Auschwitz werd gedeporteerd. Haar verhaal toont hoe 500.000 Sinti en Roma werden vergeten in de Holocaust-herinnering. Gisteren herdacht Nederland voor het eerst deze ‘vergeten vervolging’ bij het vernieuwde monument in Den Haag.

Een trauma dat generaties doorwerkt

Marouska Steinbach uit Kerkrade weet hoe pijnlijk het is als je familie wordt vergeten [1]. De 56-jarige vrouw is kleindochter van Wilhelm Steinbach, oom van het beroemde meisje Settela [1]. Haar grootvader overleefde de oorlog, maar de herinneringen bleven hem achtervolgen [1]. “Mijn opa heeft er echt trauma’s aan overgehouden. Hij praatte niet graag over het verleden”, vertelt Marouska [1]. Het leed van haar familie is nog altijd voelbaar: “We zijn er nog steeds. We leven door. Maar we voelen nog steeds wat zij hebben meegemaakt” [1]. Voor de oorlog leefden ongeveer 4.500 Sinti en Roma in Nederland [1]. In 1944 werden ongeveer 550 van hen opgepakt, waarvan 250 in Auschwitz terechtkwamen [1].

Eindelijk erkenning na 80 jaar stilte

Op 4 mei 2026 vond in Den Haag een bijzondere herdenking plaats bij het vernieuwde Sinti- en Romamonument aan de Vondelstraat [3]. Het monument kreeg dit jaar nieuwe symbolen die speciaal voor Sinti en Roma betekenis hebben [3]. Wethouder Saskia Bruines hield een toespraak en twee gipsy bands zorgden voor muzikale omlijsting [3]. Holocaust-overlevende Zoni Weisz blijft het verhaal vertellen van de naar schatting 500.000 Sinti en Roma die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vermoord [2]. Voor nabestaanden zoals Marouska is deze aandacht cruciaal: “Toen ik als kind op school zat, werd gezegd: ‘Settela is dat Joodse meisje’. Dat wijst op een stukje erkenning dat mist” [1].

Van ‘zigeuners’ tot erkende slachtoffers

De nazi’s beschouwden Sinti en Roma als ‘zigeuners’ en een inferieur ras [3]. Ze werden opgepakt, naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en vermoord [3]. In 1943 verboden de nazi’s hen om rond te reizen en plaatsten ze in kampen zoals de Kleine Heide in Venlo [1]. Marouska werkte mee aan een boek over Limburgse Sinti-families en is blij met de plaatsing van de Settela-eik in Born [1]. Voor haar blijft de erkenning van deze ‘vergeten holocaust’ essentieel [1]. Haar familie kwam honderd jaar geleden naar Kerkrade en ervaart nog steeds discriminatie [1]. Het verhaal van Settela Steinbach toont hoe belangrijk het is dat alle oorlogsslachtoffers worden herdacht - ook degenen die decennialang onzichtbaar bleven.

Bronnen


Dodenherdenking Sinti Roma