Rechtbank spreekt Stint-makers vrij ondanks vier dode kinderen in Oss

Rechtbank spreekt Stint-makers vrij ondanks vier dode kinderen in Oss

2026-02-13 binnenland

Oss, vrijdag, 13 februari 2026.
Na zeven jaar rechtszaken zijn de producenten van de Stint vrijgesproken van het dodelijke ongeval in Oss waarbij vier jonge kinderen omkwamen. De rechtbank kon geen bewijs vinden dat gebreken aan het voertuig het ongeval veroorzaakten, ondanks eerdere claims over falende remmen en een weggehaalde noodstop. Het OM had vijf jaar cel geëist tegen Edwin Renzen en Peter Noorlander. Wel werden ze schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, maar kregen geen straf vanwege de lange duur van de zaak. De uitspraak is pijnlijk voor nabestaanden van Fleur (6), Kris (4), Dana (8) en Liva (4) die op 20 september 2018 door een trein werden geraakt.

Geen bewijs voor oorzakelijk verband

De rechtbank in Den Bosch oordeelde vrijdag 13 februari 2026 dat geen verband kon worden aangetoond tussen eventuele mankementen aan de Stint en het dodelijke ongeval [1][2]. Advocaat Geert-Jan Knoops benadrukte na de uitspraak: “Als er iets is bereikt met deze zaak, dan is het wel dat alles uit en te na is onderzocht. Niemand heeft een oorzaak kunnen vaststellen” [1]. Het Openbaar Ministerie had tijdens de rechtszaak in december 2025 beweerd dat de remvoorzieningen niet voldeden aan de minimale eisen en dat een noodstopknop was weggehaald [1][3]. De rechter erkende dat de uitspraak “onbevredigend en pijnlijk” is voor de nabestaanden [3].

Valsheid in geschrifte zonder straf

Edwin Renzen en Peter Noorlander werden wel schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, maar krijgen geen straf vanwege de lange duur van de zaak [1][2]. De rechtbank achtte een straf “niet opportuun” omdat het ongeval ruim zeven jaar geleden plaatsvond [3]. Het OM had vijf jaar en vier maanden cel plus een boete van 360.000 euro geëist [1][2]. De rechter stelde dat er “ruimte zit tussen het waarborgen van maximale veiligheid en het willens en weten op de markt brengen van een schadelijk product” en dat de verdachten zich in dat gebied hadden geopereerd [3].

Impact op Nederlandse kinderopvang

Het vonnis heeft grote gevolgen voor de kinderopvangsector, waar de Stint veel werd gebruikt om groepen kinderen te vervoeren [GPT]. Na het ongeval op 20 september 2018 werd de bestuurster niet vervolgd [3], maar richtte justitie zich op de producenten wat leidde tot een dossier van duizenden pagina’s [3]. De elektrische bolderkar was in 2011 toegelaten door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), maar er werden later aanpassingen gedaan zoals een krachtigere elektromotor [1]. Onderzoeksbureaus hadden geconcludeerd dat de Stint technische gebreken had, waaronder een slechte remconstructie en het ontbreken van een opstartbeveiliging [3]. Voor duizenden kinderopvangorganisaties die dergelijke voertuigen gebruiken, roept deze uitspraak vragen op over productenverantwoordelijkheid en veiligheidsnormen.

Bronnen


Stint ongeval rechtbank vrijspraak