Viktor Orbán geeft zijn parlementszetel terug na zestien jaar premierschap
Boedapest, zaterdag, 25 april 2026.
Na een verpletterende verkiezingsnederlaag waarbij zijn Fidesz-partij zakte van 135 naar 52 zetels, trekt Viktor Orbán zich terug uit het parlement. De 62-jarige premier verliest na zestien jaar zijn grip op Hongarije aan nieuwkomer Péter Magyar, wiens Tisza-partij meteen 141 van de 199 zetels veroverde. Orbán wil zich bezighouden met ‘reorganisatie’ van zijn politieke kamp, maar blijft wel beschikbaar als partijleider. Zijn aartsrivaal Magyar sneert dat de ‘dappere straatvechter’ nog steeds geen verantwoordelijkheid durft te nemen. Zelfs Trump spreekt inmiddels in verleden tijd over zijn voormalige bondgenoot. Het nieuwe parlement legt op 9 mei de eed af.
Van EU-botsingen naar politieke reorganisatie
De val van Orbán markeert het einde van een tijdperk waarin Hongarije regelmatig op ramkoers lag met Brussel. Eerder dit jaar oordeelde het Europees Hof van Justitie nog dat Hongarije’s anti-LHBTI-wetten fundamentele EU-waarden schenden [https://dgki.nl/1550f7f-LHBTI-rechten-Europees-Hof/]. Magyar beloofde destijds al deze discriminerende wetgeving in te trekken. Nu Orbán zijn zetel teruggeeft aan Fidesz, krijgt hij tijd om zijn partij te ‘reorganiseren’ [1][2]. De ironie: de man die zestien jaar lang als premier Hongarije domineerde, wil nu alleen nog partijleider blijven - als zijn eigen partijgenoten hem op het aankomende partijcongres nog willen [1][2].
Internationale gevolgen worden al zichtbaar
De politieke aardverschuiving in Boedapest heeft internationale golven veroorzaakt. Donald Trump, ooit een belangrijke bondgenoot van Orbán, spreekt inmiddels in verleden tijd over zijn voormalige vriend [4]. Deze snelle koerswijziging toont hoe snel geopolitieke verhoudingen kunnen omslaan. Voor Nederlandse bedrijven die handel drijven met Hongarije betekent dit waarschijnlijk een voorspelbaardere partner in Brussel. Magyar’s pro-Europese koers zal de samenwerking binnen de EU vergemakkelijken. Het nieuwe Hongaarse parlement legt op 9 mei de eed af [2], waarna Magyar officieel premier wordt.