Jean-Claude Van Damme wil 65-jarige Jake Paul 'in elkaar trappen' in de boksring
Los Angeles, zaterdag, 14 februari 2026.
De Belgische actiefilmster daagt de Amerikaanse YouTuber uit via Instagram. Van Damme belooft 15 procent winst aan goed doel te schenken.
Van Damme maakt serieuze uitdaging via Instagram
De 65-jarige Jean-Claude Van Damme heeft gisteravond op Instagram een opvallende video geplaatst waarin hij Jake Paul rechtstreeks uitdaagt [1]. In de video, gehuld in een badjas en met zonnebril op, zegt Van Damme: “Ik ben een normale kerel die je gewoon in elkaar wil trappen” [1][2]. De Belgische acteur belooft niet te stoppen tot de 29-jarige Amerikaan instemt met het gevecht [1][2]. Van Damme stelt wel enkele voorwaarden: geen schoppen onder de gordel en geen elleboogstoten [1][2]. Paul mag zelf de locatie bepalen, waarbij Van Damme opties noemt zoals Macau, Las Vegas, het Midden-Oosten, Parijs en het Verenigd Koninkrijk [1][2].
Timing valt samen met Leerdam’s olympische succes
De uitdaging komt slechts enkele dagen nadat Jake Paul’s verloofde Jutta Leerdam olympisch goud won tijdens de Winterspelen [2]. Paul was afgelopen week in Milaan om zijn geliefde te steunen en vierde haar gouden medaille uitbundig mee [2]. De timing lijkt geen toeval - Van Damme grijpt het moment aan nu Paul volop in de spotlights staat. Paul heeft echter nog niet gereageerd op de uitdaging van de acteur die bekendstaat als ‘The Muscles from Brussels’ [2].
Paul heeft gezondheidsuitdagingen na laatste gevecht
Voor Jake Paul wordt dit een interessante keuze. In december 2025 liep zijn laatste gevecht tegen Anthony Joshua slecht af [2]. De Brit sloeg Paul knock-out en bezorgde hem een gebroken kaak [2]. Paul kon daardoor een tijdje geen vast voedsel eten en heeft een verklaring van een gecertificeerde arts nodig voordat hij weer mag vechten [2]. Van Damme toont zich alvast genereus: hij belooft 15 procent van zijn opbrengst aan een goed doel te schenken [1][2]. Of deze bizarre generatiekloof-clash werkelijkheid wordt, hangt nu af van Paul’s reactie.