Slechts één op de vijf Nederlanders vertrouwt nog politici
Nederland, dinsdag, 12 mei 2026.
Het vertrouwen in Nederlandse politici crashte naar 21 procent in 2025. Dit is het laagste niveau sinds meetingen begonnen in 2012. Opvallend: jongeren tussen 15-25 jaar vertrouwen politici nog het meest, terwijl 65-75 jarigen het minste vertrouwen hebben. Lokale politiek scoort beter met 54 procent vertrouwen.
Crisis-effect werkte averechts
Het vertrouwen stortte juist in na de coronaperiode. In 2020, toen Nederland vol in de gezondheidscrisis zat, piekte het vertrouwen in politici naar het hoogste niveau sinds 2012 [1]. “Mensen hebben de neiging om in crisistijd meer vertrouwen te hebben in politici, omdat het gevoel is dat zij de oplossing hebben”, legt hoofdsocioloog Tanja Traag van het CBS uit [2]. Maar toen de crisis voorbij was? Het vertrouwen klapte als een kaartenhuis in elkaar. Ook de Tweede Kamer kreeg klappen: van ruim 36 procent vertrouwen in 2012 naar slechts 25 procent in 2025 [1][2]. Dat is een daling van -30.556 procent. Voor gewone burgers betekent dit dat ze steeds meer afstand voelen tot Den Haag. Denk aan frustraties over woningnood, stikstofcrisis en inflatie - problemen die maar niet opgelost lijken te worden.
Noordoost-Nederland vertrouwt het minst
Geografisch gezien toont Nederland een duidelijke vertrouwenskloof. In het noordoosten van het land is het vertrouwen dramatisch laag [1][3]. Oost-Groningen scoort het slechtst met slechts 31 procent vertrouwen in politieke instituties, gevolgd door Zuidoost-Drenthe met 32 procent [1]. Deze regio’s voelen zich vaak vergeten door de Randstad-politiek. Daartegenover staat Zuidwest-Overijssel, waar 45 procent nog wel vertrouwen heeft [1]. De leeftijdskloof is ook opvallend: 65-75 jarigen hebben het minste vertrouwen, terwijl juist 75-plussers weer iets optimistischer zijn [1][3]. Dit patroon suggereert dat babyboomers - die de politieke turbulentie van de laatste decennia bewust meemaakten - het meest teleurgesteld zijn.
Lokale politiek houdt stand
Ondanks alle negativiteit blijft de lokale politiek overeind. Gemeenteraden behouden 54 procent vertrouwen, ambtenaren zelfs 47 procent [1][3]. Dit toont dat Nederlanders hun problemen nog wel bij de burgemeester durven neerleggen, maar Den Haag als hopeloos beschouwen. Ook de EU doet het beter dan verwacht met 51 procent vertrouwen [1]. Voor 2026 staan er geen landelijke verkiezingen gepland, maar uit eerder onderzoek blijkt dat kiezers in verkiezingstijd wel ‘opveren’ met tijdelijk meer vertrouwen [3]. Of dit genoeg is om de politieke crisis te bezweren, blijft de vraag. Want dit dieptepunt van 21 procent vertrouwen betekent dat vier van de vijf Nederlanders hun eigen volksvertegenwoordigers niet meer vertrouwen.