Iran verliest eerste veiligheidstroep tijdens vijf dagen van economische opstand
Teheran, donderdag, 1 januari 2026.
Een 21-jarige Basij-militielid kwam om tijdens protesten in Lorestan, de eerste dodelijke slachtoffer onder veiligheidstroepen sinds de economische crisis Iran op zijn kop zette. De demonstraties begonnen in bazaars vanwege de instortende rial en stijgende inflatie, maar escaleerden tot politieke protesten tegen het regime. Studenten en burgers scanderen nu ‘Dood aan de dictator’ in meer dan 20 provincies. De opstand groeit dagelijks en wordt de grootste sinds de protesten na Mahsa Amini’s dood in 2022.
Eerste dodelijke escalatie markeert keerpunt in protesten
Iran kampt vandaag, 1 januari 2026, met de vijfde dag van protesten die begonnen als economische frustratie maar nu uitgegroeid zijn tot een politieke opstand [1][2]. In Kuhdasht, provincie Lorestan, kwam woensdag 31 december een 21-jarige Basij-militielid om het leven tijdens gevechten met demonstranten [1][3][4]. Saeed Pourali, de plaatsvervangend gouverneur van Lorestan, bevestigde dat Amir Hossein Khodaeifar stierf ‘door stenengooiers tijdens protesten ter verdediging van de openbare orde’ [4]. Daarnaast raakten 13 leden van de veiligheidstroepen en Basij gewond [1][3][4]. Dit markeert de eerste dode onder veiligheidstroepen sinds de economische protesten begonnen op 28 december 2025, toen winkeliers in Teheran gingen staken vanwege de crashende rial [5]. De protesten zijn nu uitgebreid naar meer dan 20 steden, waaronder Isfahan, Shiraz, Kermanshah en Mashhad [1][5].
Economische wanhoop voedt politieke woede
De rial bereikte een nieuw dieptepunt van 1,45 miljoen rial per dollar, een dramatische val van 76.829 procent ten opzichte van vorig jaar [5][6]. Voor gewone Iraniërs betekent dit dat hun spaargeld letterlijk verdampt - een brood dat vorig jaar 8.200 rial kostte, kost nu 14.500 rial [GPT]. De inflatie piekte in december 2025 op 42,2 procent [5][6], terwijl voedselprijzen met 72 procent stegen [6]. President Masoud Pezeshkian erkende de ernst: ‘Als de problemen niet opgelost worden, kunnen we niet regeren’ [6]. Het regime probeerde de situatie te kalmeren door Mohammad Reza Farzin als hoofd van de Centrale Bank te vervangen door Abdolnaser Hemmati op 31 december [3][6]. Demonstranten scanderen nu ‘Niet Gaza, niet Libanon, ik offer mijn leven voor Iran’, wat hun frustratie weergeeft over de buitenlandse prioriteiten van het regime [1].
Regering reageert met geweld en noodmaatregelen
Veiligheidstroepen zetten waterkanonnen en traangas in tegen demonstranten, terwijl in Hamedan en Asadabad opstandige jongeren een Basij-basis in brand staken [4]. De regering kondigde woensdag een landelijke bedrijfssluiting af in 21 van de 31 provincies, officieel vanwege ‘koud weer’, maar analisten zien dit als poging om protesten te onderdrukken [5][6]. Op universiteiten, waaronder Beheshti en Allameh Tabataba’i, gingen alle lessen online om studentenprotesten te voorkomen [3]. Aanklager-generaal Mohammad Movahedi-Azad dreigde met ‘vastberaden juridische reacties’ tegen gewelddadige demonstranten [3]. Ondertussen arresteerden veiligheidstroepen zeven mensen, waaronder vijf monarchisten die steun betuigden aan de in ballingschap levende kroonprins Reza Pahlavi [5]. De protesten zijn nu de grootste volksopstand sinds de demonstraties na Mahsa Amini’s dood in 2022 [1][5][6].