Crisis raakt laagverdieners harder dan ooit en ze herstellen nooit meer volledig
Nederland, donderdag, 9 april 2026.
Nederlandse mannen met de laagste inkomens worden tijdens elke crisis het zwaarst getroffen door werkloosheid en inkomensverlies. Het schokkende feit: sinds de recessie van de jaren tachtig hebben zij hun financiële achterstand op hogere inkomensgroepen nooit meer ingelopen. Terwijl topverdieners zelfs tijdens crises hun inkomens zien stijgen, blijven laagverdieners permanent achter. Onderzoek toont aan dat dit patroon van structurele achterstelling de inkomenskloof in Nederland steeds groter maakt. Econoom Egbert Jongen noemt het een ‘eyeopener’ hoe anders de onderkant en bovenkant van de arbeidsmarkt worden geraakt door economische schommelingen.
Geschiedenis herhaalt zich: van jaren tachtig tot eurocrisis
De cijfers liegen er niet om. In 1977 verdienden de dertig procent mannen met de laagste inkomens in Nederland meer dan hun collega’s onderaan de inkomensladder in de jaren twintig, gecorrigeerd voor inflatie [1]. Maar toen sloeg de recessie van de jaren tachtig toe. Die klap was zo hard dat deze groep hun achterstand nooit meer inliep [1]. Terwijl de veertig procent met de hoogste inkomens hun verdiensten zagen toenemen sinds het einde van de jaren zeventig, zelfs tijdens crises [1]. “Het was voor ons een eyeopener dat de onderkant en de bovenkant zo anders worden geraakt door de stand van de economie”, zegt Egbert Jongen, hoogleraar economie in Leiden [1]. Het patroon herhaalde zich tijdens de kredietcrisis van 2008 en de eurocrisis begin jaren tien, toen de onderkant van de arbeidsmarkt opnieuw disproportioneel werd geraakt [1]. “Met name de eurocrisis raakte de onderkant disproportioneel. Denk aan de bouw die op zijn gat lag”, aldus Jongen [1].
COVID-crisis doorbreekt trend, maar wat komt er nu?
De coronacrisis bracht een zeldzame uitzondering. De overheid greep massaal in met steunpakketten voor banen en doorbetalingen [1]. “Dat hielp met name de onderkant”, erkent Jongen [1]. “Dat remde de toename van de ongelijkheid in Nederland” [1]. Maar die interventie was tijdelijk. Nu die steun wegvalt, rijst de vraag wat er gebeurt. Loonverschillen blijven de belangrijkste factor in inkomensverschillen [1]. Topverdieners krijgen nog steeds zes keer zo veel loon als doorsneewerkers [2]. De loonkloof in Nederland bungelt onderaan de Europese middenmoot [2]. Brussel overweegt zelfs boetes voor bedrijven met te grote loonkloven [2]. “Dus is de vraag: wat kunnen we daar verwachten?”, vraagt Jongen zich hardop af [1].
Onderzoek moet antwoorden geven op hardnekkig probleem
De komende zes maanden gaan Jongen, Sander Kraaij en Heike Vethaak onderzoeken waarom de lonen aan de onderkant structureel achterblijven [1]. Ze kijken naar de invloed van arbeidsmigranten en technologische vernieuwing [1]. Als blijkt dat arbeidsmigranten worden onderbetaald, is betere naleving van arbeidsvoorwaarden nodig, stelt Jongen [1]. Omscholing wordt een optie als beroepen verdwijnen [1]. De urgentie is groot. In Rotterdam bijvoorbeeld pleit een nieuwe bundel essays voor een radicaal ander perspectief op dienstverlening en nieuwe manieren van denken over groei, arbeid en welvaart [3]. De huidige focus op groei en snelle arbeidsbemiddeling vergroot ongelijkheid, waarschuwen de auteurs [3]. Voor miljoenen Nederlandse laagverdieners staat er veel op het spel: of zij eindelijk hun achterstand kunnen inlopen, of dat de kloof alleen maar groter wordt.