Werkgevers vrezen voor oneerlijke taakverdeling nu oudere werknemers extra verlof krijgen
Nederland, dinsdag, 24 maart 2026.
Bijna alle bedrijven bieden oudere werknemers extra verlof en minder werkuren aan in de aanloop naar hun pensioen. Maar wie pakt het achtergebleven werk op? Jongere collega’s krijgen steeds vaker de extra taken op hun bord. Door de verhoogde AOW-leeftijd zal dit probleem alleen maar verergeren, waarschuwen werkgeversverenigingen.
Massale afbouwregelingen zorgen voor scheefgroei
Van alle Nederlandse bedrijven biedt maar liefst 90 procent oudere werknemers de kans om geleidelijk minder te gaan werken [1]. Van die mogelijkheid maakt 84 procent van de werknemers ook daadwerkelijk gebruik [1]. Dat betekent concreet: extra verlof, minder werkuren, geen nachtdiensten meer of een ander takenpakket [1]. Klinkt mooi, maar hier zit een addertje onder het gras. “De werkdruk zal door de ‘ontziemaatregelen’ voor ouderen alleen maar verder oplopen”, waarschuwt Jannes van der Velde van werkgeversvereniging AWVN [1]. Het onderzoek van AWVN onder 148 werkgevers toont glashelder aan: de werkverdeling tussen jong en oud wordt steeds schever [1].
Jongeren pakken het extra werk op
Wie vult de gaten op die ontstaan door deze afbouwregelingen? Niet altijd nieuwe werknemers, blijkt uit het onderzoek [1]. Organisaties maken zich zorgen over wie het achtergebleven werk oppakt [1]. Jan van den Hoogen van Arbo Unie schetst een realistische situatie: “Ik kan me voorstellen dat je de gevolgen merkt als in een team van twaalf man één senior collega minder gaat werken” [1]. De extra taken belanden vaak bij jongere collega’s. Tegelijk groeit ook de groep mantelzorgers in Nederland, wat de werkdruk verder verhoogt [1]. Uit CBS-cijfers van eind 2025 blijkt dat al 16 procent van de werknemers een stressvolle baan heeft [1].
AOW-verhoging verergert het probleem
Door de verhoging van de AOW-leeftijd krijgen werkgevers een nog grotere groep werknemers die aanhikt tegen langer doorwerken [1]. De oplossing? AWVN pleit voor ‘een leven lang ontwikkelen’ [1]. Van der Velde geeft een praktisch voorbeeld: “Een timmerman kan de laatste tien jaar van zijn carrière, als hij dat leuk vindt, docent worden op een technische school. Die werklast is anders dan wanneer je elke dag fysiek aan het werk bent op een bouwplaats” [1]. Van den Hoogen adviseert werkgevers en werknemers om niet te wachten: “Je doet er goed aan om dat niet pas op je 55ste te doen, als je misschien al fysieke klachten hebt” [1]. Het alternatief is dat extra verlof en afbouwregelingen helemaal niet nodig zijn - en jongere werknemers minder vaak de pineut zijn.