Nederlandse werknemers verliezen voor het vierde jaar op rij meer geld aan belastingen
Nederland, woensdag, 29 april 2026.
De belastingdruk op werk stijgt sinds 2022 in alle OESO-landen, inclusief Nederland. Werknemers houden minder netto over van hun salaris, terwijl werkgevers hogere loonkosten betalen. Dit gaat tegen alle economische adviezen in om juist arbeid goedkoper te maken en werken meer te laten lonen.
Belastingwig groeit al vier jaar
Het verschil tussen wat werkgevers betalen en wat werknemers netto overhouden - de zogeheten belastingwig - is in OESO-landen sinds 2022 elk jaar groter geworden [1]. Deze trend staat haaks op wat economen adviseren: arbeid goedkoper maken en werken meer lonend [1]. Voor een Nederlandse werknemer betekent dit concreet dat van elke euro loonsverhoging een groter deel naar de schatkist gaat. Werkgevers zien hun personeelskosten stijgen zonder dat werknemers daar veel van terugzien in hun portemonnee.
Reële lonen herstellen langzaam
Na twee jaar van daling groeien de reële lonen nu weer in verschillende landen, maar liggen in het derde kwartaal van 2023 nog steeds onder het niveau van 2019 [2]. Minimumlonen staan er beter voor: die liggen in vrijwel alle OESO-landen boven het 2019-niveau, met gemiddeld 14 procent stijging tussen december 2019 en januari 2024 [2]. Dit betekent dat mensen met een minimumloon er wel op vooruit zijn gegaan, terwijl andere werknemers nog steeds minder koopkracht hebben dan voor de coronacrisis.
Economische gevolgen voor bedrijven
Voor Nederlandse werkgevers maken de hogere arbeidskosten het moeilijker om te concurreren en nieuwe mensen aan te nemen. Bedrijven moeten kiezen tussen minder winst maken of prijzen verhogen. De mondiale economie toont volgens de OESO meer veerkracht dan verwacht in 2024, maar groei zal in 2026 afnemen door onder andere handelsbarrières [3]. Nederlandse bedrijven voelen deze druk dubbel: hogere personeelskosten thuis en meer onzekerheid op internationale markten.