VVD-leider Yesilgöz duwt buitenlandminister opzij tijdens bezoek aan Zelensky
Den Haag, donderdag, 5 maart 2026.
Defensieminister Dilan Yesilgöz schudde als eerste de hand van president Zelensky in Kyiv, terwijl buitenlandminister Tom Berendsen op de achtergrond bleef. Dit moment illustreert een machtsstrijd binnen het kabinet-Jetten over wie het Nederlandse buitenlandbeleid leidt. De Iran-crisis legt bloot hoe verschillende bewindspersonen - Yesilgöz, Berendsen, premier Jetten en VVD-fractieleider Brekelmans - elk hun eigen koers varen. Waar vroeger Buitenlandse Zaken domineerde, vechten nu defensie en premier mee om invloed. Diplomaten waarschuwen dat deze interne rivaliteit het Nederlandse optreden op het wereldtoneel ondermijnt. De verwarring is zo groot dat politici op X vragen wie eigenlijk minister van Buitenlandse Zaken is.
Protocol versus politieke realiteit in Kyiv
Afgelopen zaterdag 1 maart stapten Berendsen en Yesilgöz samen uit de trein in Kyiv, maar de hiërarchie werd snel duidelijk [1][3]. Yesilgöz werd als eerste welkom geheten, schudde als eerste handen met president Zelensky en kreeg de meeste zichtbare aandacht bij formele momenten [3]. Diplomatiek protocol verklaart dit deels omdat zij hoger in rang staat als vicepremier, maar politieke rivaliteit speelt ook mee [3]. Het resultaat? Verwarring binnen coalitiekringen en op sociale media over wie het voortouw heeft in het buitenlandbeleid [3]. Randy Martens van GroenLinks-PvdA vroeg op X zelfs: ‘Wie is er nu minister van Buitenlandse Zaken in Jetten-I?’ [1].
VVD pakt bewust het woord
De VVD neemt deze week bewust het woord in de Iran-crisis [3]. Yesilgöz publiceerde via het ministerie van Defensie een statement over het Midden-Oosten waarin ze niet alleen militaire aspecten, maar ook zorgen over civiele veiligheid benoemde [1][3]. Haar toon verschoof snel van oproep tot terughoudendheid naar twijfel over de haalbaarheid van verdere de-escalatie [3]. VVD-fractieleider Ruben Brekelmans trad veelvuldig op in praatprogramma’s en bekritiseerde op maandag 2 maart de eerste kabinetsreactie als ‘wat vlak en neutraal’ [1]. Intussen worstelt Berendsen met zijn dubbele rol: hij uitte maandag 3 maart ‘begrip’ voor aanvallen op Iran maar benadrukt ook de internationale rechtsorde [1][3].
Structurele kentering in buitenlandbeleid
Deze machtsstrijd toont een structurele kentering aan [3]. Waar vroeger Buitenlandse Zaken het buitenlands beleid leidde, spelen nu ook defensie en de premier veel actiever een rol [3]. Don Ceder van ChristenUnie stelt het simpel: ‘De machtsstrijd om het buitenland is gaande’ [1]. Een anonieme buitenlandse diplomaat uitte zijn bezorgdheid dat partijen te veel bezig zijn met verkiezingen in plaats van beleid [1]. Voor burgers betekent dit dat Nederland naar buiten toe een verwarrend beeld geeft. Diplomaten waarschuwen dat interne positionering en mediagebruik het buitenlandse optreden kunnen ondermijnen [3]. Premier Jetten ontkende gisteren 3 maart vanuit Brussel dat er een worsteling is, maar de feiten spreken voor zich [1].