Nederlandse rechtbank behandelt voor het eerst verkrachting als misdaad tegen de menselijkheid
Druten, donderdag, 23 april 2026.
Een 58-jarige Syriër uit Druten riskeert 30 jaar cel voor oorlogsmisdaden. Rafik A. martelde en verkrachtte burgers als verhoorder voor Assad’s regime. Het is de eerste Nederlandse zaak waarin seksueel geweld wordt vervolgd als misdaad tegen de menselijkheid. Negen slachtoffers getuigden over elektrische schokken, ophangen en systematische mishandeling in 2013-2014.
Historische zaak in Den Haag
In Den Haag draait sinds woensdag 22 april een bijzondere rechtszaak [1][2][3]. Het Openbaar Ministerie eiste gisteren dertig jaar cel tegen Rafik A., een 58-jarige man die in 2021 vanuit Syrië naar het Gelderse Druten vluchtte [1][2]. De verdachte zou tussen 2013 en 2014 als verhoorder voor de National Defence Forces hebben gewerkt, een militie die vocht voor het regime van dictator Assad [1][2][3]. Het Team Internationale Misdrijven startte het onderzoek kort na A.’s aankomst in Nederland, na een tip van een mensenrechtenadvocaat [2][4]. Voor het eerst behandelt een Nederlandse rechtbank verkrachting en seksueel geweld als misdrijven tegen de menselijkheid [4][5].
Gruwelijke details van marteling
Negen slachtoffers legden verklaringen af over systematische mishandeling in een verhoorcentrum in Salamiyah [1][2][4]. A. zou gevangenen hebben geblinddoekt, ontkleed en herhaaldelijk hebben geschopt en geslagen [2][3]. Slachtoffers werden vastgebonden, opgehangen en kregen elektrische schokken [1][2][3]. “Hij verscheurde niet alleen mijn lichaam, maar vertrapte mijn ziel. Hij was de ergste nachtmerrie in mijn leven”, getuigde een slachtoffer woensdag [2][5]. Een vrouw zou zijn verkracht door de verdachte [1][3]. Het bewijs bestaat uit getuigenverklaringen, documenten van Syrische veiligheidsdiensten en video-opnames die getuigen maakten na hun terugkeer naar Syrië [1][3][4].
Verdachte verstoort eigen proces
A. ontkent alle beschuldigingen en spreekt van een “samenzwering” tegen hem [1][2]. Tijdens de zittingen onderbreekt hij regelmatig rechters en officieren van justitie [1][5]. Woensdag beweerde hij dat een landgenoot hem tijdens een schorsing met de dood had bedreigd [2][5]. “Het is een martelzitting voor mij”, klaagde A., maar de rechtbank verplichtte hem te luisteren naar de strafeis [1]. Vandaag, donderdag 23 april, is het woord aan zijn advocaten [3][5]. De rechtbank doet waarschijnlijk op 9 juni uitspraak [3][5]. Deze zaak toont hoe Nederland internationale misdadigers vervolgt die hier asiel zoeken - een belangrijk signaal voor toekomstige oorlogsmisdadigers.