Nederlandse spaarders kiezen massaal voor Wall Street terwijl Amsterdam achter het net vist
Amsterdam, donderdag, 29 januari 2026.
Slechts 10 procent van het belegde geld op de Amsterdamse beurs komt van Nederlandse beleggers. De rest van ons spaargeld verdwijnt naar Amerikaanse markten. Euronext-topman René van Vlerken wil dit veranderen door beleggen hier eenvoudiger te maken. Hij ziet kansen: bedrijven onder de 5 miljard euro zijn niet interessant voor de VS. Banken maken het moeilijk door eigen fondsen te pushen. Strenge regels jagen particulieren weg naar apps voor Amerikaanse aandelen.
Successen en uitdagingen voor Amsterdam
De Amsterdamse beurs presteert uitstekend. De AEX staat op 996,28 punten [1] en grote bedrijven zoals Magnum Ice Cream Company gingen op 8 december 2025 naar de beurs [2][3]. Het Tsjechische defensiebedrijf CSG sloot zich op 23 januari 2026 aan met een marktwaarde van 25 miljard euro [4]. Maar René van Vlerken, topman van Euronext Amsterdam, ziet een pijnlijk probleem: “Maar 10 procent van het belegde vermogen op de Amsterdamse beurs is Nederlands. Dat percentage kan omhoog” [2]. Nederlandse particulieren hebben honderden miljarden aan spaargeld dat nauwelijks rendement oplevert [2]. Pensioenfondsen en verzekeraars investeren te weinig in Nederlandse bedrijven [2]. Het gevolg? Ons geld verdwijnt naar Wall Street.
Banken en toezichthouders als struikelblokken
Banken maken het particulieren lastig om in individuele Nederlandse bedrijven te beleggen [1][2]. Ze promoten liever hun eigen huisfondsen [1]. De toezichthouder maakt het er niet beter op met strenge wet- en regelgeving die particuliere beleggers demotiveert [1][2]. Gevolg: mensen gaan naar beleggingsapps en internetbrokers om Amerikaanse aandelen te kopen [2]. Van Vlerken ziet de ironie: “Voor bedrijven die minder dan 5 miljard euro waard zijn is de VS niet interessant” [1][2]. Precies die bedrijven zoeken kapitaal in Nederland, maar krijgen het niet.
Plannen voor een toegankelijkere beurs
Euronext Amsterdam wil beleggers overtuigen dat er Europese parels zijn om in te investeren [1]. Van Vlerken: “We moeten zorgen dat we de nieuwe ASML’s identificeren en blijven ondersteunen” [2]. Hij pleit voor beleggingseducatie in het middelbaar onderwijs [1]. Jonge bedrijven zijn veel te afhankelijk van bankfinanciering en moeten eerder toegang krijgen tot durfkapitaal [1][2]. Er liggen Europese voorstellen om beleggen voor particulieren aantrekkelijker te maken [1][2]. Van Vlerken waarschuwt: “Het duurt een generatie om mensen van spaarders naar beleggers om te vormen” [1]. Maar zonder goedwerkende kapitaalmarkt blijft het Nederlandse ondernemingsklimaat zwak [1].