Nederlandse universiteiten kampen met linkse dominantie die het vertrouwen in wetenschap ondermijnt
Nederland, vrijdag, 13 februari 2026.
Drie wetenschappers waarschuwen dat de overwegend linkse oriëntatie aan Nederlandse universiteiten het publieke vertrouwen schaadt. Bij de Radboud Universiteit haalden linkse partijen 80% van de stemmen, aan de Universiteit Twente kwam de VVD niet verder dan 6,5%. De auteurs pleiten voor meer politieke diversiteit om de geloofwaardigheid van onderzoek te behouden en stellen dat populistische kritiek op ‘woke-activisme’ een kern van waarheid bevat.
Stemgedrag op universiteiten toont linkse dominantie
De cijfers liegen er niet om. Bij de Tweede Kamerverkiezingen haalden linkse partijen inclusief D66 ruim 80 procent van de stemmen in de kantine van de Radboud Universiteit Nijmegen [1]. Aan de Universiteit Twente presteerden GroenLinks-PvdA en D66 samen ongeveer 60 procent, terwijl de VVD niet verder kwam dan 6.5 procent [1]. Dit patroon past in een breder beeld: uit Europees onderzoek van 2019 bleek al dat academisch personeel progressiever en linkser scoort dan theoretisch geschoolde werknemers buiten de universiteit [1]. Voor studenten betekent dit dat ze vooral worden blootgesteld aan linkse denkbeelden. Jongeren met rechts-conservatieve voorkeuren voelen zich minder thuis op de campus, wat op gespannen voet staat met inclusiviteitsidealen [1].
Wetenschappers waarschuwen voor gevolgen eenzijdigheid
Floris Burgers, Adriaan Duiveman en Lotte Hogeweg stellen dat er een kern van waarheid zit in populistische kritiek die universiteiten bestempelt als ‘bastions van woke-activisme’ [1]. De drie wetenschappers waarschuwen dat de academische gemeenschap de plicht heeft tot zelfreflectie en dat universiteiten het wetenschappelijk debat moeten bevorderen tussen onderzoekers met verschillende waarden en perspectieven [1]. Hun bezorgdheid wordt niet gedeeld door Casper van den Berg, voorzitter van Universiteiten van Nederland, die eind 2025 ontkende dat de wetenschap vooringenomen is [1]. Van den Berg stelde dat de wetenschappelijke methode wetenschappers onafhankelijk en scherp houdt, ook als het academisch personeelsbestand wat naar links overhelt [1].
Politiek debat over academische vrijheid laait op
Het vraagstuk krijgt ook politieke aandacht. SGP-Kamerlid Chris Stoffer stelde op 13 februari 2026 schriftelijke vragen aan minister Moes over de veiligheid van Joodse studenten en de isolatie van dissidente academici [2]. In het korte begrotingsdebat van dezelfde dag botsten Diederik Boomsma van JA21 en Fatihya Abdi van GroenLinks-PvdA over de vraag of er meer ruimte moet komen voor kritiek op migratie in de wetenschap [3]. Vertrekkend BBB-minister Gouke Moes zei te willen verkennen of pluriformiteit wettelijk kan worden verankerd [3]. De samenleving verzuilt naar opleidingsachtergrond, waardoor de wetenschap zich in een kwetsbare positie bevindt [1]. Bestuurskundigen Anchrit Wille en Mark Bovens stelden in januari 2026 in NRC dat populistische frames alleen in vruchtbare aarde vallen als er een basis voor is [1].