Schoof geeft toe: het kabinet luisterde niet naar de mensen om wie het ging
Den Haag, zaterdag, 13 juni 2026.
Dick Schoof verklaarde op 12 juni 2026 voor de coronacommissie dat het kabinet het contact met de samenleving verloor. Wie mensen wegzet, is ze kwijt — dat leerde corona ons op de harde manier.
Van topambtenaar tot beklaagde: Schoof legt verantwoording af
Op vrijdag 12 juni 2026 zat Dick Schoof in de getuigenbank van de parlementaire enquêtecommissie corona [1][5]. Niet als oud-premier, maar als de man die tijdens de coronacrisis de hoogste ambtenaar was op het ministerie van Justitie en Veiligheid [1]. Zijn boodschap was opvallend eerlijk: het kabinet raakte gaandeweg ‘een deel van het contact met de samenleving kwijt’ [1][5]. Schoof begon op 1 maart 2020 op dat ministerie — twee dagen ná de eerste Nederlandse coronabesmetting op 28 februari 2020 [1]. Hij pakte direct het ‘handboek crisisbesluitvorming’, maar dat boekje was niet geschreven voor een pandemie [1]. Wat volgde, kent iedereen: lockdowns, schoolsluitingen, avondklok. Maatregelen die aanvankelijk breed werden gedragen, maar waarvan het begrip later grotendeels verdween [5]. ‘Lockdowns, sluitingen, de avondklok — dat waren onderwerpen waar het begrip bij de mensen voor een belangrijk deel weg was,’ zei Schoof zelf [5]. De oorzaak? ‘Vermoeidheid van het Nederlandse publiek: steeds dezelfde mensen en dezelfde boodschap,’ aldus Schoof [5]. En toen de naleving daalde, werden de maatregelen strenger. Dat maakte het alleen maar erger [1]. Wie al eerder de achtergrond van dit verhaal wil kennen, leest eerst ons stuk over Mark Rutte en de coronacommissie van 12 juni 2026, waar lege notitieboekjes de hoofdrol speelden: Rutte weet veel, maar papier bewijst niets.
Wappies, ruzie en ministers die elkaar niet mochten
Schoof gaf toe dat het kabinet de maatschappelijke, sociale en economische gevolgen van de coronamaatregelen onvoldoende heeft meegewogen [1][5]. Schoolsluitingen, het verbod op sporten voor jongeren, het opheffen van het verenigingsleven: ‘Dat paste niet goed in een afwegingsmatrix,’ zei Schoof [1]. Maar het werd gevoeld — en hoe. ‘Het blijft een ontzettend ingewikkeld dilemma. Want hoeveel doden moet je accepteren ten opzichte van de maatschappelijke impact op de jongere die niet naar school gaat?’ [5]. Geen eenvoudig antwoord, dat klopt. Maar de toon waarop het kabinet reageerde op critici, maakte het er niet beter op. Schoof betuigde spijt over het gebruik van het woord ‘wappies’ voor mensen die het coronabeleid in twijfel trokken [5]. ‘Ik denk dat het nooit helpt als je mensen, die vanuit zichzelf serieus met dingen bezig zijn, ridiculiseert. Dan zet je mensen weg en dan bereik je ze ook nooit meer,’ zei hij [5]. Dat inzicht — ‘als je mensen wegzet, ben je ze kwijt’ — klonk als een te laat geleerde les [1]. Achter de schermen was de sfeer ook niet bepaald collegiaal. Uit e-mails van Schoof bleek dat minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) niet ‘medeplichtig’ wilde zijn aan de komst van impact-ambtenaar Mark Roscam Abbing [1]. En Schoof schreef over minister Hugo de Jonge (VWS): ‘Eigenlijk wil Hugo het allemaal zelf doen’ [1]. De Jonge werd ‘onrustig’ van Roscam Abbings betrokkenheid bij de besluitvorming [1]. Niet bepaald het beeld van een geoliede crisisorganisatie.
Dezelfde fout, twee keer gemaakt
Het meest pijnlijke detail? Schoof maakte als premier exact dezelfde fout als in de coronatijd. Jurist Rob van Gestel wees daar op LinkedIn fijntjes op: ook als premier had Schoof moeite om het contact met de samenleving te bewaren [4]. Zijn eigen kabinet viel uiteen over kwesties als het weigeren van Koninklijke onderscheidingen aan vrijwilligers in de vluchtelingensector, waarbij minister Faber (Asiel en Migratie) een halstarrige houding innam die een groot deel van de bevolking niet begreep [4]. Schoof slaagde er ook toen niet in een duidelijke positie in te nemen [4]. Bij de enquêtecommissie herhaalde dat patroon zich: Schoof leek aanvankelijk kritisch op het informele Torentjesoverleg van premier Rutte — te kleine groep, te gesloten — maar verdedigde het daarna alsnog [4]. Voor de burger betekent dit alles het volgende: als de overheid in een crisis besluiten neemt ‘met een totaal gebrek aan informatie’, zoals Schoof zelf zei [1], dan is het des te belangrijker dat zij blijft uitleggen wat zij doet en waarom. Dat is precies wat ontbrak. Schoof stelde voor om bij een volgende crisis betrouwbare rollen in de media of samenwerking met influencers te zoeken om complottheorieën te counteren — zonder censuur [5]. Een idee. Maar misschien begint het gewoon met luisteren. Echt luisteren, dus.