DNA-bewijs overtuigt rechtbank niet: verdachte uit Gaza ontkent verkrachting met bizarre verklaring
Groningen, donderdag, 7 mei 2026.
Een 34-jarige man uit Gaza riskeert vier jaar cel voor verkrachting van twee jonge vrouwen in Groningen. Zijn DNA zit op beide slachtoffers, maar hij beweert alleen ‘één kusje’ te hebben gegeven. De rechtbank hoort tegenstrijdige verhalen: slachtoffers spreken van geweld, de verdachte van miscommunicatie door taalbarrières. Op 21 mei 2026 valt het vonnis.
Twee incidenten binnen acht dagen
De verdachte sloeg toe binnen acht dagen in augustus 2025 [1][2]. Op 14 augustus ontmoette het eerste slachtoffer hem bij het UMCG [2]. Ze vroeg hem mee te lopen omdat ze zich onveilig voelde bij een andere jongen [2]. Eenmaal bij haar woning verhinderde hij haar de deur te sluiten, duwde haar tegen de trap en begon zijn broek omlaag te doen [2]. Het slachtoffer schreeuwde, schopte hem in zijn kruis en duwde hem naar buiten [2]. Acht dagen later, op 22 augustus, nam hij een sterk dronken meisje uit Assen mee naar een kraakpand in het centrum [1][2]. Daar probeerde hij haar te verkrachten volgens het Openbaar Ministerie [1]. DNA-materiaal van de verdachte werd op beide slachtoffers aangetroffen: op de hals van het eerste slachtoffer en op de borsten van het tweede [1][2].
Taalbarrière als verweer
De 34-jarige man uit Gaza verblijft drie jaar in Nederland en spreekt geen Nederlands of Engels [1][2]. Hij ontkent alle beschuldigingen en beweert telkens ‘slechts één kusje’ te hebben gegeven [2]. Voor het eerste incident zegt hij dat hij 18 blikjes bier had gedronken en dat er sprake was van miscommunicatie [2]. Zijn advocaat wijst op taalproblemen en mogelijke tolkfouten tijdens de verhoren [2]. De verdachte heeft geen verklaring voor hoe zijn DNA op beide slachtoffers terechtkwam [2]. Het Openbaar Ministerie noemt zijn verklaringen ‘ongeloofwaardig’ en tegenstrijdig [1][2]. De officier van justitie stelt dat hij handelde uit lustgevoelens en eist vier jaar gevangenisstraf plus een contact- en locatieverbod [1][2].
Vonnis volgt op 21 mei
De rechtbank in Groningen doet op 21 mei 2026 uitspraak in deze zedendelicten zaak [1]. De verdediging betwist de waarde van de politieverhoren en vraagt zich af hoe betrouwbaar de verklaringen van het sterk dronken tweede slachtoffer zijn [2]. Voor inwoners van Groningen toont deze zaak opnieuw hoe kwetsbaar jonge vrouwen zijn tijdens het uitgaan. Beide slachtoffers waren rond de twintig jaar en liepen ‘s nachts alleen naar huis [1][2]. De verdachte presenteerde zich aanvankelijk als hulpvaardige man voordat hij toesloeg [1]. Dit patroon van valse hulpvaardigheid maakt de misdrijven extra verontrustend voor de lokale gemeenschap.