Veertigers moeten jaar langer doorwerken door nieuwe pensioenplannen kabinet
Den Haag, maandag, 2 februari 2026.
Het nieuwe kabinet breekt met eerdere afspraken en koppelt de AOW-leeftijd weer volledig aan de stijgende levensverwachting. Hierdoor bereikt de pensioenleeftijd al in 2054 de 70 jaar, vijftien jaar eerder dan gepland. Vakbonden spreken van een ‘historische fout’ en zijn woedend over het doorbreken van het pensioenakkoord uit 2019. De maatregel raakt vooral mensen die nu in de veertig zijn - zij krijgen minimaal een jaar later AOW. Voor jongere generaties verschuift het pensioen nog verder naar achteren. De coalitie wil hiermee 2,8 miljard euro besparen, maar creëert grote onzekerheid voor miljoenen werkenden die nu hun pensioenplanning moeten herzien.
Coalitie breekt pensioenakkoord van 2019
Deze pensioenversnelling is onderdeel van de bredere bezuinigingen van 6,5 miljard euro die het kabinet doorvoert, zoals eerder gerapporteerd [1]. De coalitie van D66, VVD en CDA breekt bewust met het pensioenakkoord van 2019, waarbij was afgesproken dat de AOW-leeftijd minder hard zou stijgen dan de levensverwachting [2][3]. Vanaf 2033 koppelt het kabinet de pensioenleeftijd weer één op één aan de stijgende levensverwachting [4][5]. Tuur Elzinga, voormalig FNV-voorzitter, noemt dit “hysterisch” en spreekt van “een historische fout” [2][3]. CNV-voorzitter Piet Fortuin waarschuwt dat “dertigers pas op hun 70e AOW krijgen” en dat dit “funest is voor zware beroepen” [6]. De maatregel moet 2,8 miljard euro opleveren voor de staatskas [4].
Concrete gevolgen voor verschillende leeftijdsgroepen
De gevolgen zijn het meest direct voelbaar voor mensen die nu in de veertig zijn - zij krijgen minimaal een jaar later AOW dan eerder voorzien [2][7]. Voor dertigers wordt het nog pijnlijker: zij moeten bijna vier jaar langer werken dan wie vandaag met pensioen gaat [8]. Iedereen die in of na 1984 geboren is, krijgt minstens een jaar later AOW door deze coalitieplannen [4]. Volgens eerdere berekeningen van het Centraal Planbureau zou de AOW-leeftijd in 2060 uitkomen op 70 jaar en negen maanden [8]. Dick Koerselman, interim-voorzitter van de FNV, benadrukt dat “alle regelingen die nu voor werkenden zijn gemaakt, straks weer moeten worden herzien” [4]. De versnelling betekent dat de pensioenleeftijd van 70 jaar al in 2054 bereikt wordt, in plaats van 2069 volgens het huidige systeem [2][3].
Politieke weerstand en onzekerheid over uitvoering
De politieke weerstand tegen deze plannen groeit snel. GroenLinks-PvdA leider Jesse Klaver noemt de verhoging van de AOW-leeftijd “plannen die mensen heel hard raken” en “onverantwoord” [4]. Hij steunt de financiële plannen van de coalitie alleen als er drastische veranderingen komen [4]. Ook vanuit de praktijk klinken zorgen: werkgevers hebben mogelijk bezwaren tegen het in dienst houden van 70-jarige bouwvakkers en andere zware beroepen [4]. CNV-voorzitter Fortuin stelt dat het kabinet “een bom onder het pensioenakkoord legt” en dat “zorgvuldig gemaakte afspraken met de polder worden met één pennenstreek teniet gedaan” [6]. Van de coalitiePartijen had alleen de VVD deze maatregel in het verkiezingsprogramma opgenomen [4]. CDA-leider Henri Bontenbal beweerde nog op 31 januari 2026 tijdens zijn partijcongres dat de AOW “ongemoeid” wordt gelaten, ondanks de verhoging van de pensioenleeftijd [4].
Bronnen
- dgki.nl
- www.hartvannederland.nl
- dagblad010.nl
- seniorenjournaal.nl
- www.trouw.nl
- www.cnv.nl
- www.bnr.nl
- www.hln.be