Oud-minister Ferd Grapperhaus verdedigt de avondklok waar hij zelf felle tegenzin tegen had.
Den Haag, woensdag, 1 juli 2026.
Vandaag verhoort de enquêtecommissie Grapperhaus over de avondklok. Hij tekende destijds met ‘gespierde tegenzin’, omdat hij het wetenschappelijke advies van het OMT maar slap vond.
Gespierde tegenzin en epidemiologische muren
Grapperhaus (CDA) zat vandaag, woensdag 1 juli 2026, flink op de spreekwoordelijke grill [1]. De parlementaire enquêtecommissie ondervroeg hem over de omstreden avondklok, die van januari tot eind april 2021 van kracht was [1][2]. De oud-minister gaf toe dat hij destijds ‘gespierde tegenzin’ voelde [1][2]. Hij vond het advies van het Outbreak Management Team (OMT) destijds ‘slapjes’ en ‘niet om over naar huis te schrijven’ [1][2][5]. Waarom ging hij dan toch overstag? In januari 2021 veranderde de situatie door de dreiging van nieuwe virusvarianten [1][2][6]. ‘We stonden epidemiologisch met de rug tegen de muur,’ verklaarde hij onder ede [5][6]. De avondklok moest de verspreiding met 20 tot 40 procent drukken, een marge van 20 procent [1][2].
Kikkers in een pan en politieke verdeeldheid
Binnen het kabinet-Rutte III zorgde de maatregel voor een heetgebakerd debat [4][5][GPT]. Ministers van coalitiepartner D66, zoals Kajsa Ollongren en Wouter Koolmees, uitten felle bezwaren tegen deze ongekende inperking van onze vrijheid [4][5][GPT]. Een avondklok raakt immers direct de grondrechten van de burger [3]. Grapperhaus worstelde hier zelf ook mee, maar de volksgezondheid woog destijds zwaarder door dringende waarschuwingen voor de omikronvariant [3]. Niet iedereen deelde die angst. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) noemde de onderbouwing achteraf ‘los zand’ [3][GPT]. Ook de politie zag de maatregel destijds vanuit handhavingsperspectief helemaal niet zitten [3].
Trage wetten en lessen voor de toekomst
Het verhoor van Grapperhaus liep vandaag flink uit [1][4]. Het verhoor van oud-OMT-baas Jaap van Dissel schoof daardoor op naar 15:00 uur [1][4]. De oud-justitieminister blikte ook kritisch terug op de trage besluitvorming [3][5]. Het kabinet regeerde destijds acht maanden lang via noodverordeningen bij gebrek aan wetgeving [3]. ‘We hebben met zijn allen veel te lang over de wet gedaan,’ gaf Grapperhaus ruimschoots toe [3][5]. Om dit in de toekomst te voorkomen, oppert hij nu een parlementaire spoedcommissie van drie tot vijf Kamerleden [4][5]. Een concrete les voor een volgende crisis, zodat de burger niet weer maandenlang op de noodrem hoeft te wachten [3][5].