Alleenstaande ouders verliezen tot 720 euro per maand wanneer hun kind 18 wordt.
Nederland, donderdag, 15 januari 2026.
Het Nibud ontdekte een financiële valkuil die veel gezinnen raakt. Wanneer kinderen 18 worden, vallen kinderbijslag en kindgebonden budget weg - soms 720 euro per maand voor alleenstaande ouders. Tegelijkertijd komen er nieuwe kosten bij: zorgverzekering, eigen risico en studiekosten. Studiefinanciering compenseert dit verlies lang niet altijd. De helft van alle 23-jarigen woont nog thuis, maar ouders vragen zelden kostgeld. Deze ‘financiële knip’ treft vooral kwetsbare huishoudens hard en vergroot kansenongelijkheid tussen jongeren.
Eenoudergezinnen het hardst geraakt
Het nieuwe Nibud-onderzoek toont precies hoe zwaar deze overgang weegt [1]. Alleenstaande ouders in de bijstand verliezen het meeste geld wanneer hun kind 18 wordt en naar het hbo of de universiteit gaat: bijna 720 euro per maand [2][3]. Gaat het kind naar het mbo, dan is het verlies 309 euro per maand [2][3]. “Er zijn huishoudens die de kinderbijslag en het kindgebonden budget als inkomen niet missen, maar we zien ook huishoudens die deze inkomsten én die uit de bijbaan van hun 18-jarige hard nodig hebben om de noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen”, zegt Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen [4]. In het eerste kwartaal van 2025 ontvingen bijna 200.000 ouders kinderbijslag voor een 17-jarige [5]. Voor circa 105.000 huishoudens valt ook het kindgebonden budget weg [5].
Nieuwe kosten terwijl inkomsten wegvallen
De timing is bijzonder ongelukkig. Precies wanneer kinderbijslag en kindgebonden budget stoppen, komen er nieuwe kosten bij [1][6]. Volwassen kinderen betalen meer voor hun zorgverzekering en het onderwijs wordt duurder [1]. Studiefinanciering maakt dit verlies niet goed [1]. Voor mbo-studenten is de klap nog groter omdat zij vóór hun 18e nog geen studiefinanciering krijgen, terwijl hbo- en universiteitsstudenten dat wel krijgen [1]. Ouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor levensonderhoud en studie tot hun kind 21 jaar is [5]. Toch blijven jongeren langer thuis: 87 procent van de 18-jarigen woont nog bij hun ouders, gemiddeld tot hun 24e [5][7]. Maar ouders vragen zelden kostgeld [1].
Kansenongelijkheid neemt toe
Deze ‘financiële knip’ vergroot de verschillen tussen gezinnen aanzienlijk [4]. Sommige ouders kunnen het gemis makkelijk opvangen, anderen komen in de problemen [4]. “De harde financiële overgang van een 17-jarig naar een 18-jarig kind versterkt zo kansenongelijkheid”, waarschuwt Gijsbertsen [4]. Veel gezinnen lossen het probleem stilletjes zelf op door te bezuinigen, waardoor organisaties ze niet in beeld krijgen [8]. “Het zelf proberen op te lossen is niet altijd de beste uitkomst”, zegt Nibud-onderzoeker Karin Radstaak [8]. “Bij een minimum inkomen valt er vaak nauwelijks te bezuinigen” [8]. De gevolgen zijn soms dramatisch: “Je wordt er wel zenuwachtig van – een zwaard van Damocles”, vertelt een alleenstaande moeder van drie kinderen [4].