Nederland weet al tien jaar niet hoeveel kinderen huiselijk geweld meemaken
Nederland, maandag, 30 maart 2026.
Jeugdbeschermers slaan alarm: er is al een decennium geen grootschalig onderzoek gedaan naar kinderen en huiselijk geweld. De laatste cijfers uit 2017 tonen dat zo’n 90.000 tot 120.000 kinderen ermee te maken hadden - ongeveer één per schoolklas. Experts vrezen dat het werkelijke aantal veel hoger ligt. Het probleem? Onderzoek is complex omdat je toestemming nodig hebt van ouders die mogelijk de daders zijn. Minister Mirjam Sterk erkent dat er één kind per klas getroffen wordt, maar zonder recent onderzoek tasten beleidsmakers in het duister. Jeugdbeschermers waarschuwen dat dit kennistekort de bescherming van kwetsbare kinderen ondermijnt.
Verouderde cijfers zorgen voor blinde vlekken
Judith Kuypers van advies- en meldpunt Veilig Thuis maakt zich zorgen over het kennistekort. “In tien jaar is veel veranderd. Het is dus belangrijk dat er nieuw onderzoek komt. Wat speelt er nu precies bij kinderen? Hoe groot is het probleem?”, vraagt ze zich af [1]. De organisatie ziet naar eigen zeggen “alleen maar het topje van de ijsberg” van gezinnen die in onveiligheid leven [1]. Het probleem wordt versterkt doordat onderzoek naar huiselijk geweld bij kinderen onder de 16 jaar toestemming vereist van ouders - die mogelijk zelf de daders zijn [1]. Kuypers merkt wel dat het aantal hulpvragen de afgelopen jaren is gestegen, wat ze als positief teken ziet dat het taboe doorbroken wordt [1].
Alternatieve methoden bieden beperkt inzicht
De ministeries van Volksgezondheid en Justitie proberen het gebrek aan direct onderzoek te compenseren door andere methoden te gebruiken [1]. Ze volgen honderden gezinnen langdurig en laten het CBS 16-plussers terugkijken op hun jeugd [1]. Maar deze aanpak heeft beperkingen. Kinderen beseffen soms niet eens dat ze huiselijk geweld meemaakten, geven zichzelf de schuld, of vertonen later agressief of teruggetrokken gedrag [1]. Bram, nu 19 jaar, vertelt tegen het NOS Jeugdjournaal: “Toen ik jong was, dacht ik dat het normaal was. Toen ik ouder werd en vrienden op school had met wie ik ging praten, wist ik dat het niet normaal was” [1]. Minister Sterk erkent ondertussen dat er “in ieder geval één kind per klas” getroffen wordt, maar kan zonder recente data geen exacte cijfers geven [1].
Bredere problemen in de jeugdzorg
Het kennistekort over huiselijk geweld past in een breder patroon van gebrekkige monitoring in de jeugdzorg. Recent onderzoek van het NOS Jeugdjournaal en de Kindertelefoon toont dat maar liefst 75 procent van de kinderen in Nederland te maken heeft gehad met geweld, waarbij één op de vijf kinderen daadwerkelijk slachtoffer werd [2]. Het geweld komt het meest voor op het schoolplein, daarna op straat, online of thuis [2]. Kinderen weten vaak niet wat te doen in gewelddadige situaties [2]. Ondertussen blijkt uit onderzoek van Pointer dat zorginstellingen nauwelijks strafrechtelijk vervolgd worden voor dodelijke incidenten, mede door het ontbreken van landelijke cijfers [3]. Dit gebrek aan systematische monitoring zorgt ervoor dat problemen in de jeugdzorg vaak onderbelicht blijven.