Oud-minister Keijzer dient omstreden wet opnieuw in nadat kabinet haar plannen schrapte
Den Haag, zondag, 22 maart 2026.
Het nieuwe kabinet trekt een omstreden wet in die statushouders voorrang ontzegt bij sociale huurwoningen. Oud-minister Mona Keijzer laat zich niet uit het veld slaan en dient dezelfde wet nu opnieuw in als Kamerlid, samen met PVV en mogelijk SGP. Dit toont hoe politieke initiatieven kunnen overleven ondanks regeringswisselingen en juridische bezwaren van de Raad van State.
Minister stopt wet, maar Keijzer gaat door
Op 21 maart 2026 maakte minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) bekend dat ze de plannen van haar voorganger stopzet [1][5]. De Wet Keijzer zou gemeenten verbieden om statushouders voorrang te geven bij sociale huurwoningen. Maar de Raad van State oordeelde dat dit voorstel strijdig was met de Grondwet [1][5]. Erkende vluchtelingen zouden hierdoor ‘op achterstand’ staan bij het verkrijgen van een sociale huurwoning [5]. Keijzer (Groep Keijzer) reageert verontwaardigd: “Ik dacht eerst: ze stellen het moment dat de wet in werking treedt gewoon iets uit. Maar nu is het me niet meer duidelijk wat ze willen. Zijn ze de boel in de maling aan het nemen?” [1]. Ze kondigt aan haar wetsvoorstel binnen één tot twee weken naar de Raad van State te sturen, samen met Gidi Markuszower (PVV) en mogelijk de SGP [1].
Wat betekent dit voor woningzoekenden?
Het gaat om een heftige woningcrisis. De wachttijden voor sociale huur lopen in sommige steden op tot tien jaar [5]. Van de 2,3 miljoen sociale huurwoningen komen er jaarlijks slechts 170.000 vrij [5]. Van dat totale aantal gaat gemiddeld 10 procent naar statushouders [5]. Minister Boekholt-O’Sullivan benadrukt dat “andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan” [5]. Het kabinet-Jetten wil ook dat statushouders geen voorrang meer krijgen, maar kiest voor een andere aanpak [1]. Ze willen eerst alternatieve huisvesting realiseren: kleinschalige flexwoningen of gedeelde woonvoorzieningen [1]. “Ik wil een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel maken en snel alternatieve huisvesting realiseren”, aldus Boekholt [5].
Politieke chaos rond asielbeleid
Deze juridische pingpongbal speelt zich af terwijl lokale partijen met anti-azc-geluid zetels winnen [2][3]. Op 19 maart 2026 boekten zulke partijen winst in Venlo, Terneuzen en Den Haag [2][3]. Hart voor Den Haag onder Richard de Mos wil zelfs alle azc’s sluiten [2][3]. De Spreidingswet verplicht gemeenten wel om samen te zorgen voor voldoende opvangplekken [2][3]. Minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) waarschuwt dat gemeenten “met elkaar genoeg opvang moeten bieden” [2][3]. Weigergemeenten kunnen door de minister worden gedwongen, maar het proces is complex en tijdrovend [2][3]. De Mos geeft toe dat compromissen nodig zijn: “Als je gaat samenwerken, moet je water bij de wijn doen. Wij gaan zorgen dat het een lekker wijntje blijft” [2][3].