Kabinet-Jetten krijgt verdeeld oordeel: hogere inkomens hebben meer vertrouwen dan lagere inkomens
Nederland, woensdag, 18 februari 2026.
Het nieuwe kabinet-Jetten scoort een nipte voldoende bij Nederlandse kiezers. Opvallend: waar het vorige kabinet vooral steunde op lager en middelbaar opgeleiden, heeft het nieuwe kabinet juist meer vertrouwen bij hogere inkomensgroepen. Kiezers met inkomens boven tweemaal modaal geven 45% vertrouwen, tegenover slechts 23% bij de laagste inkomens. Deze verschuiving toont een nieuwe politieke realiteit. Het kabinet wordt maandag beëdigd met zeven D66-ministers, zes VVD’ers en vijf CDA’ers. Rob Jetten en Dilan Yesilgöz zijn bij 90% van de mensen bekend. Linkse oppositiekiezers hebben meer vertrouwen dan rechtse oppositiekiezers.
Ministers krijgen wisselende cijfers van kiezers
De beoogde ministers van kabinet-Jetten scoren gemiddeld een 5,9 bij het Nederlandse publiek [1]. D66-ministers zoals Rianne Letschert (6,9), Rob Jetten (6,7), Hans Vijlbrief (6,6) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (6,5) krijgen hoge cijfers van linkse kiezers [1]. Rechtse oppositiekiezers zijn kritischer en geven Sjoerd Sjoerdsma (2,9) en Rob Jetten (3,6) de laagste cijfers [1]. De nieuwe ministersploeg is bekender dan hun voorgangers uit kabinet-Schoof: de gemiddelde bekendheid steeg van 22% naar 31% [1]. Dit betekent dat burgers beter weten wie hun nieuwe bewindspersonen zijn en wat ze kunnen verwachten.
Politieke verschuiving naar hogere inkomensgroepen zichtbaar
Het nieuwe kabinet markeert een opvallende politieke verschuiving. Waar kabinet-Schoof vooral steunde op lager en middelbaar opgeleiden, geniet kabinet-Jetten juist meer vertrouwen bij hogere inkomensgroepen [1]. Kiezers met inkomens boven tweemaal modaal geven 45 procent vertrouwen, terwijl de laagste inkomensgroepen slechts 23 procent vertrouwen uitspreken [1]. Deze kloof van 22 procentpunt toont hoe de nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA andere kiezersgroepen aanspreekt dan het vorige kabinet. Voor gewone werknemers betekent dit dat hun belangen mogelijk minder prioriteit krijgen dan die van beter verdienende Nederlanders.
Beëdiging op maandag met nieuwe uitdagingen
Op maandag 23 februari wordt het nieuwe kabinet beëdigd met zeven D66-ministers, zes VVD’ers en vijf CDA’ers [2]. Het kabinet staat voor stevige opgaven: minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting) moet 100.000 woningen per jaar realiseren, terwijl minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) bezuinigingen op de sociale zekerheid moet doorvoeren [2]. Dit betekent een langere AOW-leeftijd en kortere WW-uitkeringen van twee naar één jaar [2]. Voor burgers brengt dit directe gevolgen: jongeren krijgen eerder een huis, maar werklozen moeten sneller een nieuwe baan vinden. De formatie verliep niet vlekkeloos - beoogd staatssecretaris Nathalie van Berkel (D66) trok zich op 14 februari terug na onjuistheden in haar cv [2].