Kabinet-Jetten gooit het staatsrecht door elkaar met omstreden ministertrick

Kabinet-Jetten gooit het staatsrecht door elkaar met omstreden ministertrick

2026-02-15 politiek

Den Haag, zondag, 15 februari 2026.
Staatsrechtgeleerden zijn woedend over Jettens besluit om het onderscheid tussen gewone ministers en ministers zonder portefeuille te schrappen. Zes ministeries krijgen voortaan een dubbele bezetting met alleen nog maar ‘ministers van’. Juristen spreken van ‘staatsrechtelijke verrommeling’ en waarschuwen dat zo’n fundamentele wijziging eigenlijk in de Grondwet geregeld moet worden. Het nieuwe systeem zorgt voor onduidelijkheid over hiërarchie binnen ministeries, terwijl Jetten juist beweert te gaan voor een ‘slagvaardigere overheid’. De beëdiging staat gepland voor 23 februari.

Terug naar de oude departementen, maar met een staatsrechtelijke twist

Het nieuwe minderheidskabinet van Rob Jetten, dat op 23 februari wordt beëdigd [1][2], draait de experimenten van het kabinet-Schoof terug. Ministeries zoals Asiel en Migratie, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, en Klimaat en Groene Groei keren terug naar respectievelijk Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Economische Zaken en Klimaat [1]. “We gaan voor een slagvaardigere en kleinere overheid. Daar hoort ook bij dat we niet nu ministeries gaan bedenken”, zegt Jetten [1]. VVD-leider Dilan Yesilgöz steunt deze beweging: “Het heeft heel veel zaken niet makkelijker gemaakt. Ik vroeg me toen ook al af of dit het beste was wat we voor de ambtenaren konden doen” [1]. Maar hier komt de staatsrechtelijke kluwen: op zes ministeries krijgt het nieuwe kabinet een dubbele bezetting met uitsluitend ‘ministers van’, waarbij de traditionele ‘ministers voor’ - ook wel ministers zonder portefeuille - verdwijnen [1].

Juristen luiden de noodklok over ‘staatsrechtelijke verrommeling’

Staatsrechtgeleerden zijn niet te spreken over deze constructie. Robert Jan Hekket en Thijs Boomhouwer noemden eerder in het vakblad Regelmaat al de oprichting van nieuwe departementen ‘staatsrechtelijke verrommeling’ [1]. Het wegvallen van het onderscheid tussen eerste en tweede ministers op een ministerie zorgt voor juridische hoofdpijn. Artikel 44 van de Grondwet stelt immers duidelijk dat ministeries onder leiding staan van een minister, maar ook dat ministers kunnen worden benoemd die niet belast zijn met de leiding van een ministerie [1]. “Wie dat verschil overboord wil maken, moet dat in de Grondwet regelen”, waarschuwen kenners van het staatsrecht [1]. De functie van minister zonder portefeuille bestond traditioneel voor ministers die geen eigen departement leiden maar wel deel uitmaken van het kabinet - denk aan Jetten zelf, die ‘minister voor’ Klimaat was in kabinet-Rutte IV [1].

Onduidelijke hiërarchie en gevolgen voor de burger

Door het wegvallen van dit onderscheid ontstaat onduidelijkheid over de hiërarchie en verantwoordelijkheden binnen ministeries [1]. Voor burgers betekent dit concreet: wie gaat er over wat als er twee ministers op één departement zitten? De ministeriële bevoegdheden worden pas beschreven in de koninklijke besluiten die aan de beëdiging op 23 februari voorafgaan, gevolgd door het constituerend beraad met de definitieve taakverdeling [1]. Tot die tijd blijft het gissen naar de precieze verantwoordelijkheidsverdeling. Deze constructie is des te opmerkelijker omdat Jetten met zijn D66, VVD en CDA slechts 74 van de 150 zetels heeft in de Tweede Kamer [GPT], waardoor hij voor elke wet steun moet zoeken bij de oppositie. Een heldere bestuurlijke structuur lijkt dan cruciaal - maar die is er voorlopig niet.

Bronnen


kabinet-Jetten staatsrecht