Meer dan 7000 kinderen slapen nu in sporthallen en op boten terwijl politiek toekijkt
Nederland, woensdag, 6 mei 2026.
Het aantal asielkinderen in noodopvang steeg van 2300 naar ruim 7000 in vier jaar tijd. Ze leven in sporthallen, hotels en op asielboten zonder privacy, vaak gescheiden van ouders. Kinderen verhuizen zes tot acht keer, krijgen geen onderwijs en kampen met angst en ziekte. Ondanks moties en waarschuwingen van kinderrechtenorganisaties gebeurt er niets structureels. Marc Dullaert van het Kinderrechtencollectief stelt: als dit Nederlandse kinderen waren, zou het land te klein zijn van verontwaardiging.
Dramatische verslechtering sinds 2022
De cijfers zijn keihard. In juli 2022 sliepen nog 2282 kinderen in noodopvanglocaties [1][2][3]. Vandaag zijn dat er 7019 - een stijging van 207.581 procent [1][2][3]. Deze kinderen leven maandenlang in sporthallen waar het licht ‘s avonds veel te lang aanblaat, op asielboten zonder ramen, of in hotels zonder privacy [4][5]. Ze verhuizen gemiddeld zes tot acht keer [1][3]. Veel kinderen slapen zelfs gescheiden van hun ouders [4][5]. Eind maart 2026 brak schurft uit op het asielschip Silja in Rotterdam, waar 2000 asielzoekers verblijven [2][4]. De medische zorg schiet tekort, kinderen wachten lang op behandeling en er is geen controle op infectieziekten [2].
Politieke besluiten blijven op papier staan
De Tweede Kamer nam in 2025 een motie aan om de omstandigheden te verbeteren [1][4]. Een sporthal in Assen werd gesloten [1]. Maar Marc Dullaert van het Kinderrechtencollectief ziet weinig verandering: “Als er zo veel instanties aan de bel trekken en in de Kamer ook moties worden aangenomen, maar er wordt niets uitgevoerd, dan krijgt het iets stelselmatigs” [1]. Anderhalve week geleden, op 24 april 2026, debatteerde de Kamer over de spreidingswet [1]. Volgende week, op 13 mei 2026, staat er een debat over asiel en migratie gepland, maar kinderen staan niet eens op de agenda [1][2]. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers meldt dat 108 gemeenten niet voldoen aan hun wettelijke verplichtingen [1][4]. De bezettingsgraad ligt op 104 procent, terwijl 96 procent normaal is [4].
Dubbele moraal bij bescherming kinderen
“Stel je voor dat je nu zevenduizend Nederlandse kinderen en gezinnen op dit soort locaties zet. Het land zou te klein zijn”, zegt Dullaert [2]. “Blijkbaar vinden we dat bij kinderen uit andere landen wel oké” [2]. Minister Van den Brink van Asiel erkent dat “het plaatsen van kinderen en kwetsbaren in noodopvanglocaties niet ideaal is”, maar wijst naar de hoge nood [1]. Kinderen in de noodopvang kampen met misselijkheid, darmklachten, slaapproblemen, angststoornissen en gedragsproblemen [1]. Ze wachten vaak langer dan drie maanden op onderwijs [2]. Gemeenten die recent meer opvangplekken wilden creëren, werden geconfronteerd met rellen in Loosdrecht en IJsselstein [1][4]. Dullaert is duidelijk: “Stop met de symboolpolitiek. Er moet actie worden ondernomen voor die zevenduizend kinderen die jarenlang in sporthallen leven” [4].