Brussel grijpt zijn kans: EU wil vetorecht hervormen nu Orbán weg is
Brussel, woensdag, 15 april 2026.
Na zestien jaar blokkades door Viktor Orbán ziet de EU eindelijk een opening. Commissievoorzitter Von der Leyen wil het momentum van Orbáns verkiezingsnederlaag gebruiken om het vetorecht bij buitenlandbeleid aan te pakken. Maar alle 27 lidstaten moeten instemmen met deze ingrijpende verandering.
Von der Leyen slaat toe binnen 24 uur
Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wachtte geen dag na Peter Magyar’s overwinning in Hongarije [1]. Op 13 april riep ze EU-lidstaten op om “het momentum te gebruiken” voor hervormingen van het vetorecht bij buitenlandbeleid [2]. “Het overstappen naar gekwalificeerde meerderheidsstemming in buitenlands beleid is een belangrijke manier om systematische blokkades te vermijden, zoals we in het verleden hebben gezien,” zei ze tegen verslaggevers in Brussel [2]. Dit verwijst naar Orbáns jarenlange dwarsbomingen, zoals in december 2023 toen hij de EU-onderhandelingen met Oekraïne blokkeerde door tijdens de cruciale stemming naar het toilet te gaan [1][3]. Voor Nederlandse lezers betekent dit mogelijk snellere EU-beslissingen over sancties tegen Rusland en steun aan Oekraïne - zaken waar Nederland vaak voorstander van is.
Juridisch kan het, politiek wordt het lastig
Rechtsdeskundige Henri de Waele bevestigt dat er juridisch opties bestaan om het vetorecht in te ruilen voor meerderheidsstemmen [1]. Maar alle 27 EU-leiders moeten instemmen met zo’n ingrijpende verandering [1]. Momenteel geldt al voor 80 procent van EU-besluiten een gekwalificeerde meerderheid: minimaal 55 procent van de lidstaten die 65 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen [1][3]. Buitenlandbeleid blijft een van de weinige domeinen waar landen nog individueel kunnen blokkeren [1]. Ton van den Brink van de Universiteit Utrecht waarschuwt: “Als je dit besluit neemt, neem je het ook voor de toekomst. Dat betekent dat je ooit ook overstemd kan worden op buitenlandse thema’s waarvan je nu nog niet weet wat de belangen zijn” [1].
Orbán weg, maar andere dwarsliggers blijven
De EU overweegt tussenoplossingen zoals een supermeerderheid van 80-90 procent voor specifieke thema’s zoals Rusland-sancties [1][3]. Dit voorkomt dat één land alles blokkeert, maar vereist nog altijd breed draagvlak [3]. Het probleem: naast Orbán zitten er nog eurosceptische leiders zoals Robert Fico in Slowakije en Andrej Babiš in Tsjechië in de Europese Raad [1][3]. Magyar’s pro-Europese koers is veelbelovend - hij beloofde Hongarije terug naar Europa te brengen en wil toetreden tot de eurozone tegen 2030 [alert! ‘previous article context’]. Maar zijn langetermijnvisie blijft onzeker [3]. Voor Nederland betekent dit dat EU-besluitvorming sneller kan worden, maar de kans op blokkades door andere landen blijft bestaan.