hoe drie havenbazen in zeeland verstrikt raakten in een cocaïnesmokkel van 2000 kilo
Vlissingen, dinsdag, 23 juni 2026.
Vandaag begint in Breda het megaproces tegen de directie van Bulk Terminal Zeeland. Het Openbaar Ministerie beschuldigt hen van samenwerking met drugskartels om tonnen cocaïne via tonijntransporten Nederland binnen te smokkelen. De drie directeuren – Jacco, René en Ko – zouden hebben samengewerkt met beruchte criminelen zoals ‘Bolle Jos’ en de Skaljari-clan. Maar de verdediging beweert dat de mannen in een val zijn gelokt door een omstreden politie-infiltrant. Het proces onthult een wereld van geweld, witwaspraktijken en een onderwereldvete die zelfs tot klappen op de kade leidde. Met 60.000 geblokkeerde e-mails en een faillissement van 23,5 miljoen euro als gevolg, is dit een van de grootste drugszaken van de afgelopen jaren. De vraag: waren ze daders of slachtoffers?
van havenhelden tot verdachten: hoe 2000 kilo cocaïne de zeeuwse trots verpulverde
Vlissingen, ooit het trotse visitekaartje van Zeeuwse havenondernemers, is vandaag het decor van een van de grootste drugszaken van de afgelopen jaren [1]. Drie directeuren van Bulk Terminal Zeeland (BTZ) – Jacco G. (59), René G. (57) en Ko de K. (44) – staan vanaf vandaag negen dagen terecht in Breda [1][2]. Het Openbaar Ministerie (OM) beschuldigt hen van opzettelijke samenwerking met cocaïnekartels om ruim 2000 kilo cocaïne via tonijntransporten Nederland binnen te smokkelen [1][3]. De cocaïne, verborgen in viscontainers, zou zijn binnengekomen via contacten met beruchte criminelen zoals de Skaljari-clan en handlangers van drugsbaron ‘Bolle Jos’ [1][2]. Het OM noemt hebzucht als motief: de directie zou tonnen hebben verdiend aan het faciliteren van de smokkel [1]. Maar de verdediging ziet het anders. Volgens de advocaten zijn de directeuren slachtoffers van een justitiële tunnelvisie en een omstreden politie-infiltrant die hen zou hebben uitgelokt tot de cokedeal [1][2]. Jacco G., financieel brein van BTZ, verklaarde eerder: ‘Sluit me maar aan op een leugendetector’ [1]. De zaak draait niet alleen om cocaïne, maar ook om witwassen. Jacco G. wordt verdacht van het witwassen van tonnen drugsgeld, al beweert hij dat het geld afkomstig is uit legale projecten in Egypte en Rusland [1][2].
geweld op de kade en een faillissement van 23,5 miljoen
De zaak tegen BTZ onthult een wereld van geweld en onderwereldvetes. Operationeel directeur Ko de K. zou betrokken zijn geweest bij fysieke confrontaties op de kade, waarbij hij zelfs ‘rake klappen’ kreeg tijdens ruzies over transportkosten [1][2]. De cocaïne werd niet alleen via tonijn vervoerd, maar ook via andere dekmantels, zoals opslagplaatsen in het Vlaamse Temse, gerund door de veroordeelde crimineel Al M. [3]. Al M., die eerder tot 15 jaar cel werd veroordeeld, zou zelfs moordcommando’s hebben ingezet om ‘Bolle Jos’ te liquideren [3]. De zaak kwam aan het licht na een grootscheepse politie-inval op 13 mei 2024, waarbij 160 politieagenten, FIOD-rechercheurs en speurhonden het terrein van BTZ en zusterbedrijf Corec in Zierikzee doorzochten [2][3]. Burgemeester Bas van den Tillaar sloot het terrein preventief voor een jaar, waarna BTZ failliet ging en het terrein voor 23,5 miljoen euro werd verkocht [2]. De directie zat acht maanden in voorarrest, maar kwam in januari 2025 op vrije voeten nadat de rechtbank hun hechtenis schortte [2]. De advocaten van de verdachten klaagden over een ‘ongelijk speelveld’ en dwongen inzage af in 60.000 geblokkeerde e-mails en infiltratie-logboeken, waardoor het proces van november 2025 naar de zomer van 2026 werd verplaatst [2].
impact op havenveiligheid en de vraag: daders of slachtoffers?
Het megaproces tegen BTZ-directie heeft verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse havenveiligheid en reputatie. Als de beschuldigingen kloppen, dan hebben criminelen jarenlang vrij spel gehad in een van de belangrijkste Zeeuwse havens [1][2]. De zaak roept vragen op over de kwetsbaarheid van Nederlandse havens voor drugssmokkel en de rol van infiltranten bij opsporingsonderzoeken [1]. Voor de inwoners van Zeeland is de zaak een klap in het gezicht. BTZ was ooit een symbool van Zeeuws ondernemerschap, maar staat nu synoniem voor een van de grootste drugsschandalen van het land [1]. De uitkomst van het proces zal bepalen of de drie directeuren daders of slachtoffers zijn. Het OM eist zware straffen, maar de verdediging hamert op justitiële fouten en een omstreden opsporingsmethode [1][2]. Eén ding is zeker: de zaak laat diepe sporen na in Zeeland, waar het vertrouwen in de lokale economie en veiligheid een flinke deuk heeft opgelopen [GPT].