Elektrisch rijden kan je 900 euro per jaar extra kosten door je postcode
Nederland, donderdag, 5 februari 2026.
ANWB-onderzoek toont extreme prijsverschillen tussen gemeenten voor het opladen van elektrische auto’s. In Oegstgeest betaal je 70 cent per kWh, in Nederweert slechts 33 cent. Voor een gemiddelde rijder betekent dit verschil tot 900 euro per jaar extra laadkosten, puur door je woonplaats. Gemeenten maken verschillende deals met laadoperators, waardoor buursteden compleet andere tarieven hanteren. Jesse Kraal van ANWB: ‘Je kunt niet verwachten dat mensen 10 kilometer verderop gaan laden.’ Het onderstreept de groeiende toegankelijkheidsproblemen rond elektrisch rijden in Nederland.
ANWB onthult extreme tariefverschillen
Het ANWB publiceerde vandaag, 5 februari 2026, een onderzoek dat de enorme prijsverschillen blootlegt [1]. De organisatie analyseerde zes miljoen laadsessies uit 2025 en ontdekte dat Nederlandse automobilisten gemiddeld 48 cent per kWh betalen bij publieke laadpalen [1][2]. Maar die 48 cent vertelt niet het hele verhaal. In Oegstgeest betaal je maar liefst 70 cent per kWh, terwijl je in Nederweert slechts 33 cent kwijt bent [1][2]. Dat is meer dan het dubbele verschil voor exact dezelfde dienst. Jesse Kraal van ANWB Laadpas legt uit: ‘Voor een automobilist met een elektrische auto die jaarlijks 15.000 kilometer rijdt, kan dat betekenen dat hij in sommige gemeenten tot 900 euro per jaar extra kwijt is aan laadkosten’ [1]. De duurste gemeenten zijn Oegstgeest (70 cent), Leiden (69 cent) en Leiderdorp (68 cent), terwijl de goedkoopste zijn Nederweert (33 cent), Veldhoven (33,5 cent) en Zundert (36,5 cent) [1].
Gemeenten maken verschillende deals
De extreme prijsverschillen ontstaan doordat gemeenten - die eigenaar zijn van de meeste laadpalen - verschillende tariefafspraken maken met laadoperators [1]. Sommige gemeenten leggen een maximumtarief of prijsplafond vast in hun concessies, anderen doen dat niet [2]. Gemeenten die samenwerken in concessiegebieden, zoals SGZH in Zuid-Holland, slagen er beter in om gunstige maximumprijzen van 40 tot 45 cent per kWh te bedingen [1]. Kraal benadrukt het probleem: ‘Als in jouw dorp een duur tankstation is, dan kun je prima even in een dorp verderop gaan tanken. Maar je kunt natuurlijk niet van mensen verwachten dat ze hun elektrische auto drie, vijf of tien kilometer verderop gaan opladen en dan elke ochtend weer diezelfde afstand afleggen om hun auto weer op te halen’ [1]. Het gebrek aan landelijke standaardprijzen zorgt ervoor dat marktwerking de tarieven bepaalt [3].
Impact op elektrische transitie
Deze prijsverschillen kunnen de elektrische transitie flink bemoeilijken. Kraal waarschuwt: ‘De overheid wil natuurlijk op de lange termijn iedereen richting een elektrische auto krijgen. Dat betekent dus ook dat heel veel mensen aangewezen zijn op zo’n openbare laadpaal op straat. Ben je je aan het oriënteren op een elektrische auto, kijk dan ook vooral wat je laadmogelijkheden zijn in je eigen gemeente en in je eigen straat’ [1]. Voor wie geen eigen oprit heeft, kunnen de kosten flink oplopen. Ter vergelijking: snelladers zoals die van Fastned kosten gemiddeld ook zo’n 70 cent per kWh [1] - net zoveel als de duurste gemeenten voor gewone AC-laadpalen. Ondertussen werkt Utrecht aan oplossingen door thuisladen met kabels over de stoep te onderzoeken, wat veel goedkoper is dan publieke laadpalen [4].