Kabinet schrapt AOW-verhoging maar 6,5 miljard moet toch ergens vandaan komen
Den Haag, donderdag, 4 juni 2026.
Het kabinet gooit het AOW-plan overboord. Maar de rekening verdwijnt niet. Tussen 2025 en 2040 stijgen de pensioenkosten met €15 miljard. Iemand moet betalen.
AOW-plan sneuvelt, maar het gat blijft
Op donderdag 4 juni 2026 debatteert de Tweede Kamer over de grootste bezuinigingsoperatie op de sociale zekerheid in jaren [3]. Het kabinet-Jetten (D66, VVD, CDA) wilde oorspronkelijk €6,5 miljard ophalen via drie maatregelen: de AOW-leeftijd versneld verhogen, de WW verkorten van twee naar één jaar en de IVA-uitkering afschaffen [1][2]. Dat plan ligt nu aan flarden. Ruim een week voor het debat, op 26 mei 2026, stuurde minister Hans Vijlbrief (Sociale Zekerheid) een open brief aan de vakbonden: de AOW-verhoging gaat niet door [3]. De WW- en WIA-plannen zijn voorlopig ‘in de ijskast’ gezet [1][2]. Premier Rob Jetten zette in de Kamer de toon: ‘De deur van het kabinet staat wagenwijd open’ [1][2]. Dat klinkt uitnodigend. Maar de rekening van €6,5 miljard verdwijnt er niet mee.
Vergrijzing klopt op de deur — met een flinke rekening
De cijfers liegen er niet om. Volgens minister Vijlbrief stijgen de AOW-uitgaven tussen 2025 en 2040 met €11 tot €15 miljard [1][2][4][5]. Dat is simpele wiskunde: meer ouderen, minder werkenden die meebetalen [1][2]. Vijlbrief erkent het zelf: ‘Het blijft een feit dat deze uitgaven toenemen, omdat we meer ouderen krijgen en minder werkenden’ [1][2][4][5]. Toch benadrukt hij ook dat de prognoses sinds het pensioenakkoord van 2019 niet zijn verslechterd [1][2][3]. In dat akkoord werd afgesproken dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt voor elk jaar dat Nederlanders gemiddeld ouder worden [2][4]. Het kabinet wilde dat veranderen naar twaalf maanden per jaar — per 2033 [2][4]. Die plannen zijn nu dus van tafel. Wat er wél op tafel moet komen? Dat is de grote vraag. GL-PvdA-leider Jesse Klaver wil het regeerakkoord openbreken [4]. PVV-leider Geert Wilders wil bezuinigen op asiel, klimaat en Oekraïne [1][2]. JA21-Kamerlid Simon Ceulemans is nog bondiger: ‘Een keuze over links betekent een route zonder JA21’ [1][2][4][5]. Met slechts 66 zetels heeft de coalitie geen meerderheid en is elke stem er één [2][4].
Voor de zomer een akkoord — of nieuwe stakingen
De vakbonden FNV, CNV en VCP stelden het kabinet op 11 mei 2026 een ultimatum [3]. Toen dat verstreek zonder resultaat, verlieten vakbondsvoorzitters Hans Spekman (FNV), Hans van den Heuvel (CNV) en Nic van Holstein (VCP) eind mei 2026 het Catshuis-overleg [1][2]. De aangekondigde stakingen — onder meer in het openbaar vervoer — gaan door [1][2]. De vakbonden eisen dat álle bezuinigingen definitief van tafel gaan, niet alleen de AOW-verhoging [1][2][3]. Minister Vijlbrief heeft een concreet tijdpad voor ogen: begin juli 2026 weer aan tafel met vakbonden en werkgevers, en begin augustus 2026 een ‘begin van een akkoord’ met de Kamer [1][2]. Of dat lukt, is de vraag. De coalitie zoekt steun bij oppositiepartijen als PRO en JA21 om ook in de Eerste Kamer een meerderheid te halen [1][2]. Jetten formuleerde het op zijn eigen, nuchter-optimistische wijze: ‘Ik had ook niet verwacht dat we met één Catshuisoverleg elkaar huilend in de armen zouden vallen’ [2][4]. Klassiek polderen dus. Alleen loopt de klok wel door — en groeit de vergrijzingsrekening elke dag een beetje verder.