Rob Jetten wordt de jongste minister-president ooit en moet regeren zonder meerderheid
Den Haag, woensdag, 11 februari 2026.
D66-leider Rob Jetten is op 3 februari benoemd tot formateur en wordt binnen drie weken minister-president van Nederland. Het bijzondere: zijn kabinet van D66, VVD en CDA heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer. Met slechts 74 van de 150 zetels moet Jetten voor elke wet steun zoeken bij de oppositie. Dit minderheidskabinet is een zeldzaamheid in de Nederlandse politiek. Stientje van Veldhoven wordt minister van Klimaat en Groene Groei, terwijl critici het coalitieakkoord omschrijven als ‘een opgestoken middelvinger naar lagere inkomens’. Jetten krijgt de lastige taak om te regeren terwijl hij afhankelijk is van partijen die niet in zijn regering zitten.
Jetten krijgt drie weken om ministers te benoemen
De Tweede Kamer stemde op 3 februari in met een motie waarin Jetten de opdracht krijgt om binnen drie weken een kabinet te vormen van D66, VVD en CDA [1]. Als formateur is hij tegelijk de beoogd minister-president [1]. Deze ontwikkeling volgt op de eerdere benoeming van Jan Paternotte als D66-fractievoorzitter, nadat Jetten hem hierom had gevraagd voor de cruciale spilpositie [2]. De postenverdeling is al bekend: Stientje van Veldhoven (D66) wordt minister van Klimaat en Groene Groei, Heleen Herbert (CDA) krijgt Economische Zaken en Klimaat [3]. Jetten sprak op 9 februari de pers toe in de formatieruimte van de Tweede Kamer [4]. Het coalitieakkoord werd op 30 januari gepresenteerd na weken van onderhandelingen onder leiding van informateur Rianne Letschert [1].
Minderheidskabinet zorgt voor politieke uitdaging
Het nieuwe kabinet steunt op een minderheid van minder dan 76 van de 150 zetels in de Tweede Kamer [1]. Dit betekent dat Jetten voor elke wet steun moet zoeken bij oppositiepartijen. Critici zijn al scherp over het coalitieakkoord. Lezer Eric Stroop noemt het ‘eerder een opgestoken middelvinger richting lagere en middeninkomens dan een uitgestoken hand’ [5]. André Vermeulen stelt dat het akkoord ‘de bestaanszekerheid, sociale bescherming en zorg ondermijnt, terwijl grote bedrijven en aandeelhouders worden ontzien’ [5]. Het regeren met een minderheidskabinet vereist volgens critici ‘veel vakmanschap, tijd en politieke goodwill’ [5]. Voor gewone burgers betekent dit dat elke belangrijke beslissing afhankelijk wordt van onderhandelingen met partijen die niet in de regering zitten.
Kritiek op rechtse koers van traditioneel centrumpartijen
Lezers uitten forse kritiek op de inhoud van het coalitieakkoord. Lex Woertman omschrijft het als ‘een VVD-akkoord’ dat de zorg bekort, de AOW-leeftijd verhoogt en werkloosheidsuitkeringen beperkt tot één jaar [5]. Heleen van Kampen-te Selle noemt het verhogen van de AOW-leeftijd ‘gewoon dom’, verwijzend naar haar man die fysiek zwaar werk doet [5]. Tineke Hoogeboom voorspelt dat ‘dit D66 zetels gaat kosten op 18 maart, ten gunste van GL-PvdA’ [5]. De kritiek richt zich vooral op de vermeende rechtse koers van D66 en CDA, partijen die traditioneel meer in het centrum staan. Voor Jetten betekent dit dat hij niet alleen moet navigeren tussen coalitiepartners, maar ook de kritiek van teleurgestelde kiezers moet pareren.