Nederland zwemt tegen de stroom in terwijl Europa meer kernenergie omarmt
Nederland, vrijdag, 30 januari 2026.
Terwijl de EU-kernenergie in 2024 met 4,8% steeg, daalde Nederland’s productie met maar liefst 10,3% - de grootste afname in Europa. Dit plaatst Nederland in een unieke positie: slechts 2,9% van onze stroom komt uit kerncentrales, vergeleken met Frankrijk waar dat 67,3% is. De cijfers tonen een duidelijke scheiding tussen Nederland en de rest van Europa in energiebeleid.
Frankrijk profiteert van kernenergie terwijl Nederlandse stroomrekening stijgt
De verschillen tussen landen zijn dramatisch. Frankrijk genereerde 380.451 gigawattuur kernenergie in 2024, goed voor 58,6% van alle EU-kernenergie [1]. Hun kernenergie steeg met 12,5% [1]. Het resultaat? Franse consumenten genieten van de laagste elektriciteitsprijzen in Europa [5]. Nederland daarentegen produceert amper 2,9% van zijn stroom uit kerncentrales [1]. Terwijl Frankrijk massaal inzet op kernenergie, kiest Nederland voor een andere route - met directe gevolgen voor je energierekening. De kerncentrale Borssele draait nog wel, maar produceert steeds minder stroom.
Economische gevolgen van Nederland’s afwijkende koers worden zichtbaar
De cijfers spreken boekdelen over de economische impact. Terwijl de totale EU-kernenergie steeg naar 649.524 gigawattuur [1], zwemt Nederland tegen de stroom in. Energiebedrijven zoals Vattenfall en Engie, die actief zijn in zowel Nederland als Frankrijk, zien duidelijke verschillen in winstgevendheid. In Frankrijk kunnen ze rekenen op stabiele, goedkope kernenergie. Nederlandse consumenten betalen de rekening voor deze strategische keuze. Energieintensieve bedrijven zoals ASML en Tata Steel moeten concurreren met Franse rivalen die profiteren van spotgoedkope kernstroom [5].
Nederland kiest bewust voor andere energietoekomst ondanks EU-trend
De daling van 10,3% in Nederland contrasteert scherp met de EU-gemiddelde stijging van 4,8% [1]. Zweden verhoogde zijn kernproductie met 4,5%, Slovenië met 4,2% [1]. Zelfs Slovakije, met slechts 0,6% daling, presteerde beter dan Nederland [1]. Deze keuze past bij het Nederlandse energiebeleid dat inzet op wind en zon. Maar de transitie kost geld. Terwijl Frankrijk 67,3% van zijn stroom uit kerncentrales haalt en Slowakije 61,6% [1], blijft Nederland op 2,9% steken. De vraag is of Nederlandse huishoudens en bedrijven bereid zijn deze koers te blijven financieren terwijl buurlanden goedkoper uitkomen.