De Tweede Kamer beslist morgen of het Brabantse dorp Moerdijk moet wijken voor groene stroom.
Moerdijk, woensdag, 24 juni 2026.
Moerdijk dreigt te verdwijnen voor een waterstoffabriek. Het kabinet oppert nu dorpsbehoud, maar argwanende inwoners eisen morgen in Den Haag eindelijk harde garanties.
Spanning in Noord-Brabant
In het Brabantse dorp Moerdijk houden de inwoners hun hart grondig vast [1]. Morgen, op donderdag 25 juni 2026, debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van hun hechte gemeenschap [1]. De plannen zijn niet mals: het volledige dorp moet mogelijk wijken voor een nieuw stroomstation en een grote waterstoffabriek [1]. Stel je voor dat je eigen gezellige huis plotseling moet plaatsmaken voor een reusachtig stopcontact [GPT]. Vanaf morgenochtend staan minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei onder hoogspanning in Den Haag [1].
Een onverwachte plot twist
Sinds de gemeente Moerdijk in november 2025 de plannen bekendmaakte, is de rust in het dorp volledig verdwenen [1]. Eigenlijk zou er deze maand, in juni 2026, een definitieve klap op het besluit vallen [1][3]. Staatssecretaris De Bat kwam op 29 mei 2026 echter met een verrassende brief [1]. Hij onderzoekt nu een milder scenario waarin het dorp fysiek mag blijven bestaan [1][2]. De uitbreiding van het stroomnet rondom het dorp gaat in die plannen wel gewoon door [2][3]. Dat klinkt op papier heel aardig, maar de inwoners trappen er niet in [2]. Want hoe leefbaar is een dorp dat volledig is ingeklemd door ronkende energieprojecten [3]?
Eisen op tafel in Den Haag
Vandaag, op woensdag 24 juni 2026, eisten inwoners en lokale politici in perscentrum Nieuwspoort eindelijk harde garanties [3][4]. VVD-raadslid Jolijn Koevoets noemt het overlevingsscenario voor het dorp zelfs “totaal ongeloofwaardig” [2][3]. Ook burgemeester Aart-Jan Moerkerke vindt dat er nog veel te veel onzekerheid boven de markt hangt [2][3]. Door het extra onderzoek is de definitieve keuze alweer uitgesteld en blijft de toekomst van Moerdijk volstrekt onduidelijk [2][3]. De dorpelingen willen geen vage politieke beloftes meer, maar eisen keiharde juridische en financiële zekerheid [2][3].