Nederland verkocht eindelijk zijn problematische TenneT-aandelen aan Duitsland
Den Haag, zaterdag, 14 februari 2026.
De Nederlandse regering is verlost van het kostbare TenneT Duitsland-dossier. Duitsland investeert 3,3 miljard euro en krijgt 25% van de aandelen, terwijl private investeerders de rest overnemen. Dit beëindigt jaren van politieke hoofdpijn.
Duitsland neemt controle over kritieke infrastructuur
De Duitse staat investeert 3,3 miljard euro in TenneT Duitsland en krijgt daarmee 25 procent van de aandelen [1][2]. Private investeerders, waaronder de staatsfondsen van Noorwegen en Singapore, nemen de overige aandelen over [2]. Deze deal betekent dat Duitsland nu de grootste aandeelhouder wordt van TenneT Duitsland, na Nederland [2]. Voor Nederlandse belastingbetalers is dit goed nieuws: Den Haag geeft de meerderheid op omdat de verhouding tussen kosten en baten niet meer te rechtvaardigen was [2]. TenneT beheert grote delen van het hoogspanningsnet in Noord- en Midden-Duitsland en talrijke offshore netaansluitingen [4]. De Nederlandse regering kondigde op 3 februari 2026 aan dat Nederland een deel van TenneT Duitsland verkoopt aan de Duitse staat [1].
Miljardenlastige energietransitie drijft verkoop
De verkoop komt niet uit de lucht vallen. TenneT kampt met enorme kosten voor de aansluiting van windparken op zee [2]. De uitbreidingsplannen voor duurzame energie moeten worden aangepast omdat het bedrijf lijdt onder deze kosten [2]. Voor de energietransitie zijn investeringen van meerdere miljarden euro’s per jaar nodig [4]. De EU-Commissie schatte in 2025 de investeringsbehoefte voor Europese distributienetten op ongeveer 730 miljard euro [4]. TenneT financiert deze investeringen via kapitaalmarktinstrumenten zoals obligaties [4]. Een staatsdeelname kan de financieringskosten verlagen, maar integreert investeringen sterker in de openbare begrotings- en schuldlogica [4].
Gevolgen voor stroomrekening blijven onduidelijk
Voor consumenten blijft de vraag: wordt stroom duurder? De kosten voor bouw, exploitatie en modernisering van elektriciteitsnetten worden gefinancierd via netwerkkosten [4]. De hoogte van nettarieven hangt af van de groei van de regulatoire vermogensbasis - meer leidingen en hogere erkende kosten leiden tot hogere tarieven [4]. De Bundesnetzagentur bepaalt de toegestane rendementen, wat de aantrekkelijkheid van investeringen beïnvloedt [4]. Duitse netwerken zijn niet aantrekkelijk voor winstgerichte private investeerders vanwege de gereguleerde en internationaal gezien lage return on investment [2]. Met deze deal heeft Duitsland nu belangen in drie van de vier grote Duitse netbeheerders - alleen Amprion in Dortmund, gedeeltelijk eigendom van RWE, blijft onafhankelijk [2].