Amsterdam krijgt 25 miljoen euro fonds om joods leven weer zichtbaar te maken
Amsterdam, woensdag, 25 maart 2026.
Een onafhankelijke stichting gaat de komende 25 jaar investeren in de zichtbaarheid van joods leven in Amsterdam. De commissie-Bussemaker adviseert dit na gesprekken met joodse Amsterdammers die vooral lichtheid en plezier willen terugzien in plaats van focus op verdriet. Het geld komt beschikbaar na Halsema’s excuses voor de rol van Amsterdam tijdens de Holocaust. Bijzonder: de nadruk ligt op jongeren die bepalen of joods leven toekomst heeft in de stad.
Fonds spreidt geld over 25 jaar met focus op jongeren
De commissie onder leiding van Jet Bussemaker presenteerde dinsdag 24 maart het rapport ‘Nesjomme in Mokum’ in de Koningszaal van Artis voor 200 tot 300 aanwezigen [1]. Het advies: stop de 25 miljoen euro in een onafhankelijk fonds dat het geld over 20 tot 25 jaar uitkeert - dat komt neer op ongeveer 1.000 million euro per jaar [1][2]. De nadruk ligt vooral op jongeren. “Het gaat nu vaak over de oorlog, verdriet en onveiligheid. Daardoor kan het in Amsterdam eenzaam zijn om Joods en jong te zijn”, zegt commissielid Boaz Cahn [1]. Het fonds moet een aanvulling zijn op bestaand beleid, geen vervanging, en mag niet gebruikt worden voor structurele gemeentelijke taken [1].
Van Holocaust-excuses naar positieve toekomst
Het geld komt voort uit burgemeester Halsema’s excuses in april 2025 aan de Joodse gemeenschap [2][3]. Amsterdam liet haar Joodse inwoners tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘gruwelijk in de steek’ - van de tachtigduizend Amsterdamse Joden werd meer dan driekwart vermoord door de nazi’s [2]. Voor de oorlog was 10 procent van de Amsterdammers Joods [3]. De commissie sprak met Joodse Amsterdammers en organisaties en ontdekte een “breedgedragen wens om de focus te leggen op lichtheid, plezier en een positieve toekomst” [2]. Halsema benadrukt dit verlangen: “Om niet meer gereduceerd te worden tot een Holocaust overlevende van de eerste, tweede of derde generatie, maar als individu die staat in de lange tradities” [4].
Urgentie door recente antisemitische aanvallen
De timing is niet toevallig. Op 14 maart 2026 was er een explosie bij een Joodse school in Amsterdam, die Halsema een aanslag noemde [3]. Een dag later eiste een groep aanvallen op Joodse instellingen op [3]. “Dit alles grijpt ons allemaal zo naar de keel, juist omdat wij al meer dan tachtig jaar weten wat de uiterste consequentie van dit soort haat kan zijn”, aldus Halsema tijdens de presentatie [2]. Commissielid Sharon Kijl hoopt dat het fonds ervoor zorgt dat Joods leven “zó normaal kan zijn dat een kind daar gewoon vrijuit over kan praten” [2]. Het college gaat het advies nu bestuderen en komt met een bestuurlijke reactie, waarna de gemeenteraad beslist over de inrichting van het fonds [1][4].