Rechtbank wijst LHBTI-vluchteling af die familie wil redden uit Gaza-oorlog
Utrecht, vrijdag, 6 februari 2026.
Wasim vluchtte twintig jaar geleden uit Gaza omdat zijn vader hem wilde vermoorden vanwege zijn geaardheid. Nu zijn familie in tentenkampen leeft na bombardementen, weigert de rechtbank gezinshereniging. De rechter oordeelt dat er geen ‘sterke familieband’ bestaat - ondanks dat Wasim juist probeerde zijn familie te redden uit het oorlogsgebied.
Rechtbank Den Haag oordeelt tegen gezinshereniging
De rechtbank in Den Haag wees vandaag het verzoek van Wasim Abueleyan (40) af om zijn familie uit Gaza naar Nederland te halen [1][2]. Wasim woont sinds 2009 in Nederland nadat hij vluchtte voor zijn eigen familie vanwege zijn homoseksuele geaardheid [1][2]. Zijn vader had hem vastgebonden aan een boom en in elkaar geslagen toen hij erachter kwam, en samen met neven wilde hij Wasim vermoorden [1][2]. Nu leeft zijn familie in tentenkampen nadat hun huis drie keer werd gebombardeerd [1][2]. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een ‘uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie’ die gezinshereniging mogelijk maakt [1][2]. De rechter vindt het minder aannemelijk dat er nu een hechte band bestaat, gezien Wasim jarenlang weinig contact had met zijn familie en eerder door zijn vader werd mishandeld [1][2].
Juridische complexiteit rond LHBTI-vluchtelingen
De zaak belicht de ingewikkelde juridische situatie voor LHBTI-vluchtelingen die eerder voor hun familie moesten vluchten [1][2]. Bij gezinshereniging met meerderjarige familieleden gelden extra eisen - je moet aantonen dat de familieband ‘zó sterk is dat de familie bij elkaar moet komen’, legde de IND-advocaat uit tijdens de rechtszaak op 15 januari [1][2]. Omdat het om gezinshereniging gaat en niet om een reguliere asielprocedure, speelt de oorlogssituatie in Gaza in mindere mate mee [1][2]. ‘Hoe kan je dan een band in hemelsnaam herstellen?’ vroeg Wasims advocaat zich af [1][2]. Wasim zelf zei: ‘Het was een verschrikkelijke situatie met mijn ouders. Ik had nooit verwacht dat het hersteld zou worden’ [1][2].
Familie krijgt schadevergoeding voor late behandeling
Hoewel de rechtbank het hoofdverzoek afwees, erkende zij wel dat de minister te laat op het bezwaar van de familie had beslist [1][2]. Hiervoor krijgt de familie een proceskostenvergoeding van 934 euro [1][2]. De uitspraak toont de spanning tussen humanitaire overwegingen en juridische vereisten aan. Terwijl Wasims familie ziek is en kampt met kou en overstromingen in vluchtelingenkampen, weegt het recht zwaarder dan de oorlogsomstandigheden [1][2]. Voor andere LHBTI-vluchtelingen die hun verzoening zoeken met familie kan deze uitspraak betekenen dat juridische eisen prevaleren boven humanitaire urgentie.