Ministers weigeren loonsverhoging van 15 procent terwijl ambtenaren nullijn krijgen
Den Haag, zaterdag, 14 februari 2026.
Nederlandse bewindspersonen slaan aanbevolen salarisverhoging van 15 procent af. Ministers verdienen nu €16.220 per maand, minder dan topambtenaren die €17.332 krijgen. De vakbond noemt het ‘pijnlijk’ dat politici loonsverhoging overwegen terwijl rijksambtenaren een nullijn krijgen. Het advies kwam van een commissie onder leiding van D66-coryfee Rinnooy Kan. Ministers geven aan ‘genoeg te verdienen’, ondanks dat hun werk zwaarder werd door intimidatie en bedreigingen. Het nieuwe kabinet-Jetten moet in maart beslissen over de aanbevelingen. Wethouders zouden zelfs 18 procent erbij moeten krijgen volgens de commissie.
Ministers bedanken voor extra geld ondanks zwaardere baan
De demissionaire ministers van kabinet-Schoof zeggen collectief ‘nee’ tegen de voorgestelde loonsverhoging van 15 procent [1]. Sophie Hermans (VVD) geeft toe dat haar werk zwaarder werd: “Het aantal keer dat ik aangifte heb moeten doen zat meer in de laatste jaren dan in mijn beginjaren” [1]. Toch vindt ze een loonsverhoging niet nodig. Femke Wiersma (BBB) noemt zichzelf liever een “in-de-wind-persoon” dan bewindspersoon en zegt: “Ik doe mijn werk omdat ik passie voel voor mijn vak. Wat daar tegenover staat is voor mij toch iets minder van belang” [1]. Defensieminister Ruben Brekelmans houdt het simpel: “Als je niet tegen de hitte kunt, dan moet je ook niet in de keuken gaan staan” [1]. De ministers verdienen nu €16.220 bruto per maand [2], terwijl een secretaris-generaal €17.332 krijgt [2].
Vakbonden noemen timing ‘pijnlijk’ tijdens nullijn ambtenaren
FNV Overheid vindt het advies schandalig op dit moment [3]. “Het is echt pijnlijk om dit advies te lezen terwijl onze leden actievoeren tegen de nullijn”, zegt bestuurder Marcelle Buitendam [3]. Rijksambtenaren krijgen geen enkele salarisverhoging of inflatiecorrectie door de nullijn [3]. Buitendam waarschuwt: “Je kunt niet aan de ene kant spreken over noodzakelijke loonmatiging en aan de andere kant je eigen salaris fors verhogen” [3]. Het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (Arpa) onder leiding van D66-coryfee Alexander Rinnooy Kan adviseerde de verhogingen omdat het werk “naarder en zwaarder” wordt [4]. Wethouders en raadsleden in grote gemeenten zouden zelfs 18 procent erbij moeten krijgen, Kamerleden 12 procent [2][3].
Nieuw kabinet moet in maart definitief beslissen
Het nieuwe kabinet-Jetten wordt op 22 februari 2026 beëdigd en moet daarna beslissen over het advies [3]. Minister Frank Rijkaart (BBB) van Binnenlandse Zaken vindt zijn eigen salaris “uitstekend”, maar ziet wel dat sommige politici zoals waterschapsbestuurders “best wat omhoog kunnen” [3]. Het advies kwam er omdat politici meer intimidatie ervaren - het aantal bedreigde raadsleden verdubbelde [4]. Arpa wil ook keuzebudgetten invoeren voor politici, net zoals andere werknemers krijgen [2]. Voor gewone burgers betekent dit debat vooral frustratie: terwijl zij te maken hebben met wachtlijsten in de zorg, hoge energieprijzen en woningnood, overwegen politici een forse loonsverhoging [5]. De ironie: ministers weigeren meer geld, maar hun opvolgers moeten straks beslissen of ze het tóch aannemen.