Mensen met modaal inkomen komen meer dan 100.000 euro tekort voor eigen huis
Nederland, dinsdag, 3 maart 2026.
Het CPB toont aan dat doorsnee-inkomens dramatisch zijn achtergebleven bij de woningprijzen. Waar gezinnen in 2015 nog 61 procent van alle woningen konden kopen, is dat nu slechts 21 procent. Eenpersoonshuishoudens kunnen zelfs maar 2 procent betalen. Met gemiddelde huizenprijzen van 451.000 euro is bijna twee keer modaal nodig. Vooral jongeren hebben het zwaar: bijna de helft heeft minder dan 10.000 euro spaargeld. De kloof groeit door fiscale voordelen die prijzen opdrijven.
Vermogen wordt doorslaggevend voor huizenkoop
Het verschil tussen koopprijs en maximale hypotheek is sinds 2015 verdubbeld [2]. Kopers moeten nu gemiddeld 100.000 euro uit eigen zak bijleggen [1][2]. Dat betekent spaargeld, overwaarde of hulp van familie [2]. Vooral jonge huishoudens hebben die ruimte vaak niet: bijna de helft van de 27- tot 34-jarigen heeft minder dan 10.000 euro spaargeld [2]. In regio’s waar de koopwoningmarkt het minst toegankelijk is, blijken kopers steeds vaker vermogende ouders te hebben [2]. De cijfers tonen een harde realiteit: wie geen rijke familie heeft, blijft vaak buitenspel staan.
Grote steden nog onbereikbaarder
In de vier grote steden kunnen doorsnee-inkomens nog maar 18 procent van de woningen kopen [1][2]. Amsterdam en Utrecht scoren nog slechter [1]. Emile Cammeraat van het CPB zegt: ‘In alle regio’s is de toegankelijkheid voor doorsnee-inkomens afgenomen. De problemen zijn het grootst in de grote steden’ [1]. Het CPB ziet weinig mogelijkheden voor verbetering op korte termijn [1]. Wel noemt het planbureau het makkelijker maken van woningsplitsing als optie [1]. De Nederlandsche Bank waarschuwde op 2 maart 2026 dat het versoepelen van leennormen geen goed idee is [1].
Fiscale voordelen drijven prijzen op
Hypotheekrenteaftrek en het lage woningforfait zorgen ervoor dat kopers meer kunnen bieden [1]. Dat jaagt de prijzen verder op, aldus Cammeraat [1]. De toezichthouder van DNB waarschuwt: ‘Dat kan leiden tot hogere biedingen en hogere schulden bij kopers, vooral starters. En daarmee tot hogere risico’s voor huishoudens en financiële instellingen’ [1]. Het CPB pleit voor afbouw van fiscale voordelen en meer woningbouw [2]. Tot die tijd blijft de Nederlandse droom van een eigen huis voor velen een onbereikbare luxe. Eind 2025 overschreed de gemiddelde verkoopprijs zelfs de 500.000 euro [1].