Nederlandse windenergie hapert door vol stroomnet en onduidelijke regels
Nederland, maandag, 11 mei 2026.
De bouw van windmolens op land stagneert dramatisch. In 2025 kwamen er maar 96 megawatt bij - het laagste sinds 2017. Het overvolle stroomnet blokkeert nieuwe projecten. Oude turbines verdwijnen sneller dan nieuwe worden gebouwd.
Netproblemen en regelchaos blokeren energietransitie
Het Nederlandse stroomnet kraakt onder de druk. Windparken moeten maandenlang wachten op een aansluiting omdat het elektriciteitsnet overvol zit [1][2]. Tegelijk ontbreken nieuwe milieunormen voor windmolens op land - de oude regels sneuvelden in 2021 bij de rechter [3]. Deze regelchaos vertraagt nieuwe projecten maandenlang [1][2]. Nederland heeft nu 2.550 windturbines op land met een totaal vermogen van meer dan 7.000 megawatt [1][2]. Maar dat groeitempo valt tegen: vorig jaar kwamen er slechts 29 nieuwe turbines bij terwijl er 20 werden afgebroken [1][2]. Voor consumenten betekent dit dat de energierekening langer hoog blijft omdat duurzame alternatieven te traag groeien.
Windenergie wordt steeds minder lucratief voor investeerders
De windenergiesector kampt met meer problemen dan alleen netcongestie. Projecten worden vaak tot aan de Hoge Raad aangevochten en Defensie heeft steeds meer ruimte nodig [3]. Daarnaast is windenergie op land minder winstgevend geworden door de opmars van zonne- en windenergie, wat leidt tot een overdaad aan groene elektriciteit en stroomprijzen die soms zelfs negatief worden [3]. Windparken verdienen dan geen geld en krijgen geen subsidie, terwijl materiaalkosten zijn gestegen [3]. Dit maakt het lastiger om nieuwe windparken ‘rond te rekenen’ [3]. Jan Vos, directeur van NedZero, waarschuwt: ‘De lage groei in 2025 en de dreigende krimp in 2026 laten zien wat er gebeurt wanneer werkbare regels ontbreken’ [3].
Grote regionale verschillen vertragen landelijke doelen
De windenergie-ontwikkeling vertoont grote regionale verschillen. Gelderland, Groningen, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland realiseerden in 2025 nieuwe turbines [1][2]. Flevoland heeft de grootste productiecapaciteit, gevolgd door Groningen en Friesland [1][2]. Utrecht en Overijssel beschikken over het minste vermogen, hoewel daar veel projecten in voorbereiding zijn [1][2]. Voor 2026 verwacht de RVO zelfs een daling van het totale opwekvermogen omdat oude, kleinere turbines in Flevoland en Noord-Holland moeten worden afgebroken [2][5]. Er zitten nog 1.700 megawatt aan nieuwe projecten in de pijplijn [2][5], maar zonder heldere regels en een beter stroomnet blijft de Nederlandse energietransitie hangen.