Nederlandse werknemers verdienen 10 procent meer loon maar krijgen het niet
Nederland, dinsdag, 24 maart 2026.
Sinds 1979 zijn de reële lonen in Nederland niet gestegen, terwijl werknemers dubbel zo productief werden. Econoom Paul Schenderling berekende dat Nederlandse salarissen eigenlijk 10 procent hoger zouden moeten zijn. De productiviteitswinst verdwijnt volledig naar werkgevers. Steeds meer gezinnen kunnen niet meer rondkomen van hun salaris alleen. Vakbonden moeten feller onderhandelen, zoals in Frankrijk gebeurt. Daar stijgen lonen wel mee met de productiviteit.
Productiviteit verdubbeld, loon blijft gelijk
Econoom Paul Schenderling onderzocht CBS-cijfers vanaf 1960 en ontdekte een pijnlijke waarheid [1]. Tot eind jaren 70 stegen de reële cao-lonen jaarlijks, maar sinds 1979 is het ‘zo vlak als een pannenkoek’ [1]. Terwijl de productiviteit van gewone werknemers in diezelfde periode verdubbelde, ziet Schenderling dat ‘het grootste deel bij werkgevers terecht komt’ [1]. Voor jou als werknemer betekent dit: je bent twee keer zo efficiënt geworden, maar je salaris groeide niet mee. Die extra winst verdwijnt naar de baas. Het gevolg? Veel Nederlandse gezinnen kunnen niet meer ‘trots met je salaris je eigen broek ophouden’ en zijn afhankelijk van toeslagen en heffingskortingen [1].
Vakbonden te braaf, Frankrijk doet het anders
Econoom Martin Visser wijst naar een groot probleem: Nederland is ‘verslaafd geraakt aan loonmatiging’ [1]. Vakbonden denken te veel mee met werkgevers in plaats van te vechten voor hun leden. Visser roept op: ‘Laat ze maar weer links en rood en socialistisch worden, want daar zijn ze voor’ [1]. Hij wil dat vakbonden stoppen met braaf zijn en ‘opkomen voor het platte belang van hun achterban’ [1]. In Frankrijk pakken vakbonden het anders aan - veel feller. Het resultaat? Schenderling bevestigt dat Franse lonen wél meestijgen: ‘In Frankrijk is het geen vlakke pannenkoek, dat kan ik je wel vertellen’ [1]. Deze analyse komt op een moment dat het kabinet zes miljard wil bezuinigen op sociale zekerheid om aan NAVO-normen te voldoen [2][3].
Minimumloon steeg 10 procent, cao-lonen niet
In 2023 stegen de minimumlonen met 10 procent [2][3], maar cao-lonen bleven achter. Schenderling en Visser vragen zich in hun podcast ‘Geld of je Leven’ af of cao-lonen nu ook moeten stijgen [2][3]. Voor bedrijven zou een loonsstijging van 10 procent betekenen dat ze hun personeelskosten zien stijgen. Voor werknemers zou het eindelijk betekenen dat hun koopkracht meestijgt met hun productiviteit. De timing is cruciaal: terwijl het kabinet bezuinigt op sociale zekerheid, groeit de afhankelijkheid van overheidshulp omdat salarissen te laag zijn. Schenderlings boodschap is helder: werknemers verdienen wat ze produceren, niet wat werkgevers willen betalen.