Zorginstituut wijst veelbelovend alzheimermedicijn af omdat patiënten er niets aan merken
Nederland, woensdag, 18 februari 2026.
Het nieuwe alzheimermedicijn lecanemab wordt niet vergoed door de zorgverzekering. Patiënten die het medicijn gebruiken gaan nog steeds achteruit en merken amper verschil na behandeling. Het middel kan ernstige bijwerkingen veroorzaken zoals hersenbloedingen en zwellingen. Slechts 15 procent van de 80.000 Nederlanders met beginnende alzheimer komt in aanmerking voor het medicijn. De behandeling vereist elke twee weken een ziekenhuisbezoek voor een infuus. Zorginstituut-voorzitter Mark Janssen noemt het een grote teleurstelling dat dit medicijn geen doorbraak blijkt te zijn.
Minimaal effect, zware behandeling
Het Zorginstituut Nederland heeft op 18 februari 2026 geadviseerd om lecanemab niet te vergoeden uit het basispakket [1][3][4]. Het medicijn werkt wel, maar helpt niet genoeg. “Behandeling met lecanemab verandert niets merkbaars in het dagelijks leven. En behandeling is ook nog zeer belastend door de vele ziekenhuisbezoeken”, zegt neuroloog Edo Richard van het Radboudumc [2]. Patiënten moeten elke twee weken naar het ziekenhuis voor een infuus, ondergaan minstens één nucleaire scan of ruggenprik, en krijgen vijf MRI-scans tijdens de behandeling [2]. Het medicijn kan leiden tot ernstige bijwerkingen zoals hersenbloedingen en hersenzwellingen, met mogelijk verlamming, spraakverlies of in zeldzame gevallen overlijden [3]. De Europese Commissie gaf in april 2025 toestemming voor de handel in lecanemab in de EU [1][3].
Slechts kleine groep komt in aanmerking
Van de ongeveer 80.000 Nederlanders met beginnende alzheimer komt slechts 12000 mensen in aanmerking voor het medicijn [2]. Het geneesmiddel is alleen geschikt voor patiënten met één of geen kopieën van het ApoE4-gen en in een specifiek ziektestadium [2]. Nederland telt in totaal ongeveer 217.000 mensen met alzheimer [1][3], de meest voorkomende vorm van dementie die 70 procent van alle dementiegevallen veroorzaakt [3]. Farmaceuten hebben wereldwijd circa 50 miljard euro besteed aan onderzoek naar alzheimermedicatie, met weinig resultaat [3]. Het medicijn richt zich op amyloïde plaques in de hersenen door zich aan deze eiwitten te hechten, waarna het lichaam de plaques opruimt [3].
Hoop op toekomstige doorbraak blijft
“Het is voor patiënten en hun dierbaren een grote teleurstelling dat dit medicijn geen doorbraak is”, aldus Mark Janssen, bestuursvoorzitter van het Zorginstituut [1][2]. Hij benadrukt dat alzheimer een verschrikkelijke ziekte is en dat lecanemab het eerste medicijn was dat het ziekteproces probeerde tegen te gaan [1][2]. Toch blijft er hoop: “Het is te hopen dat die doorbraak er wel komt in de komende jaren. Want er zijn meer medicijnen voor alzheimer in ontwikkeling”, zegt Janssen [1][2]. Patiëntenvereniging Alzheimer Nederland is het oneens met het advies van het Zorginstituut en ziet wel positieve effecten bij patiënten [3]. De definitieve beslissing ligt nu bij de minister van Volksgezondheid [1].