Minister Berendsen wankelt tijdens vuurdoop over Iran-aanvallen terwijl Kamer hem aan alle kanten bekritiseert

Minister Berendsen wankelt tijdens vuurdoop over Iran-aanvallen terwijl Kamer hem aan alle kanten bekritiseert

2026-03-04 politiek

Den Haag, woensdag, 4 maart 2026.
Tom Berendsen krijgt zijn vuurdoop als buitenlandminister. De Kamer valt hem aan van alle kanten over de warrige kabinetsreactie op de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran. Eerst riep het kabinet op tot terughoudendheid, daarna toonde het ‘begrip’ voor de aanvallen. VVD wil steviger steun, GroenLinks-PvdA eist veroordeling wegens schending internationaal recht. Berendsen erkent dat de aanvallen illegaal zijn maar toont toch begrip voor de ‘noodzaak’ ervan. De minister worstelt zichtbaar met de tegenstrijdige boodschap en houdt het op een ‘complexe situatie’ die ‘niet zwart-wit’ is.

Dit verhaal begon vorige week toen minister Berendsen erkende dat Nederland worstelt met de reactie op Iran. Nu, op 3 maart 2026, krijgt hij de volle laag in het vragenuur [3]. VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans noemt de eerste reactie “vlak en neutraal” en vraagt waarom het meer dan 48 uur duurde voordat het kabinet begrip uitte [5]. Aan de andere kant eist Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren een heldere lijn: “Je kunt niet begrip tonen voor deze acties en tegelijkertijd zeggen dat alle partijen zich aan het internationale recht moeten houden. De kabinetsreactie is ronduit warrig” [4]. Sarah Dobbe van de SP gaat nog verder en noemt het “geen bevrijdingsactie voor het volk van Iran, maar een actie voor de olie en de belangen van Trump” [2]. De minister staat letterlijk tussen twee vuren: de ene helft van de Kamer wil steviger steun voor de aanvallen, de andere helft eist veroordeling wegens schending van internationaal recht [4].

Berendsen erkent illegale aanvallen maar toont toch begrip

De minister geeft op 4 maart 2026 toe dat de aanvallen op Iran schendingen van het internationaal recht zijn [1]. De aanvallen voldoen volgens Berendsen niet aan de criteria voor preventieve zelfverdediging omdat de VS en Israël hun zorgen niet in de VN Veiligheidsraad hebben besproken [1]. Toch houdt hij vast aan zijn “begrip” voor de “noodzaak” tot ingrijpen [5]. “Laat er geen twijfel over bestaan dat wij het Iraanse regime moorddadig vinden richting de eigen inwoners en een gevaar voor de regio”, zegt Berendsen, “Dat maakt dat wij er begrip voor hebben dat de VS en Israël zich genoodzaakt voelen om actie te ondernemen” [4]. Deze tegenstrijdige boodschap - begrip voor illegale aanvallen - illustreert precies waarom de Kamer zo verdeeld reageert. Laurens Dassen van Volt vat de frustratie samen: “Hoe rijmen die twee zich met elkaar?” [2].

Kabinet zoekt middenweg maar houdt niemand tevreden

Het kabinet probeert wanhopig een middenweg te vinden, maar slaagt er niet in om beide kampen tevreden te stellen [4]. Berendsen houdt het op een “complexe situatie” die “niet zwart-wit” is [5]. De minister erkent dat de kwestie “lastig” is en voorspelt dat “we dit gesprek vaker met elkaar zullen voeren” [2]. Intussen blijft het kabinet de aanvallen voorlopig niet steunen, maar ook niet veroordelen [4]. Voor gewone Nederlanders betekent dit dat hun regering geen helder standpunt inneemt over een grote internationale crisis. Berendsen benadrukt wel dat het terughalen van gestrande Nederlanders uit het Midden-Oosten prioriteit heeft, hoewel hij toegeeft dat dit “erg lastig” is omdat het vaak niet veilig is om een vliegveld te bereiken [8]. De minister worstelt zichtbaar met zijn onmogelijke positie: gastheer van internationaal recht zijn én begrip tonen voor schendingen ervan.

Bronnen


Tweede Kamer Iran aanvallen