Nederlandse huishoudens sparen massaal ondanks hogere inkomens in 2025
Nederland, zaterdag, 28 maart 2026.
Huishoudens kregen 2,7% meer te besteden door cao-verhogingen en hogere uitkeringen, maar stopten het geld vooral op de spaarrekening. Spaartegoeden groeiden met 8,1% naar 540 miljard euro - de sterkste stijging sinds 2003. Tegelijkertijd liep de hypotheekschuld op naar bijna 936 miljard euro door stijgende huizenprijzen.
CAO-verhogingen zorgen voor flinke loonklap
Nederlandse werknemers kregen in 2025 flink meer geld binnen door cao-verhogingen. De totale beloning van werknemers steeg met 6,4 procent [1][2][3], waarbij cao-lonen 5 procent hoger uitkwamen [1][2][3]. Het aantal banen groeide tegelijk met 1,5 procent [1][2][3]. Voor mensen met een uitkering kwam er ook meer geld binnen. Het minimumloon steeg met 5,6 procent [1][2][3], wat betekende dat uitkeringen ook harder stegen - met 5,8 procent in totaal [1][2][3]. Bij een 36-urige werkweek gaat het om een netto stijging van 46 tot 65 euro per maand [1]. Het minimumuurloon klom van 14,40 naar 14,71 euro [1], mede door belastingmaatregelen volgens loonstrookverwerker ADP [1].
Spaarrekeningen lopen vol, huizenschulden ook
Ondanks het extra geld gingen huishoudens vooral sparen. Hun spaartegoeden groeiden in 2025 met 8,1 procent naar ruim 540 miljard euro [1][2][3][5]. Dat is de sterkste stijging sinds 2003, toen spaartegoeden met 9,4 procent groeiden [1][2][3][5]. Tegelijkertijd liep de hypotheekschuld fors op - met 48,1 miljard euro naar 935,9 miljard euro [1][2][5]. Deze sterke stijging kwam door hogere huizenprijzen en meer woningverkopen [1][2][5]. Als percentage van de economie steeg de hypotheekschuld van 79,2 procent in 2024 naar 79,4 procent in 2025 [1][2][5], omdat de economie minder hard groeide dan de schuldtoename.
Koopkracht stijgt, maar geld blijft op de bank
Het reƫel beschikbaar inkomen - gecorrigeerd voor inflatie - steeg in 2025 met 2,7 procent [1][2][3][4][5][6]. Dit was veel hoger dan de 0,7 procent waar het vorige kabinet vanuit ging [6]. Huishoudens betaalden wel 3,9 procent meer belastingen en sociale premies [2][5]. Opvallend is dat huishoudens het extra geld niet direct uitgaven, maar juist massaal gingen sparen. Deze voorzichtige houding toont aan dat Nederlandse gezinnen ondanks de betere inkomens nog altijd terughoudend zijn met uitgeven - mogelijk door aanhoudende economische onzekerheid.