Rechter geeft politicus gelijk: Andrew Tate-vergelijking in gemeenteraad mag gewoon
Amsterdam, vrijdag, 24 april 2026.
Vastgoedbaas Marcel Melis verloor zijn rechtszaak tegen Volt-fractievoorzitter Juliet Broersen. De rechter oordeelde dat haar uitspraak over ‘Andrew Tate-vibes’ tijdens een raadsdebat niet onrechtmatig was. Politici hebben grote vrijheid van meningsuiting.
Rechtbank benadrukt politieke vrijheid van meningsuiting
De rechtbank in Amsterdam oordeelde deze week dat Volt-fractievoorzitter Juliet Broersen niets verkeerd deed toen ze zei ‘een beetje Andrew Tate-vibes’ te krijgen van vastgoedondernemer Marcel Melis tijdens een gemeenteraadsdebat [1]. De rechter benadrukte de ‘grote vrijheid’ die politici hebben om maatschappelijke thema’s te bespreken [1]. Broersen deed volgens de rechtbank geen feitelijke vergelijking tussen Melis en de controversiële influencer Andrew Tate, maar uitte een waardeoordeel dat deels gebaseerd was op verklaringen van voormalige huurders [1]. Melis moet nu proceskosten van €2.000 betalen, inclusief een deel van de advocaatkosten van Volt [1].
Vastgoedbaas claimt reputatieschade en zakelijke problemen
Melis stelde dat Broersens uitspraken hem reputatieschade bezorgden en tot zakelijke problemen leidden [1]. Hij beweerde dat investeerders weigerden met hem samen te werken na de vergelijking met Andrew Tate [1]. De rechter erkende wel dat de uitlatingen voor Melis ‘zeer ingrijpend zijn geweest’ en dat Broersen zich ‘meer rekenschap’ had mogen geven van die impact [1]. Toch kreeg Melis geen rectificatie van de uitspraken, zoals hij had geëist [1]. ‘Ik red mij wel, ik ben vermogend’, reageerde Melis teleurgesteld, ‘maar wat gebeurt er met mensen die dat niet hebben?’ [1]
Gevolgen voor lokale democratie en politiek debat
Broersen toonde zich opgelucht met de uitspraak en noemde het belangrijk ‘niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn collega’s, de lokale democratie en het vrije woord’ [1]. Ze had zich grote zorgen gemaakt over het precedent als de zaak anders was beoordeeld [1]. De Volt-fractievoorzitter erkende dat de rechtszaak haar veel tijd, energie en haatreacties opleverde [1]. Voor gewone burgers betekent deze uitspraak dat gemeenteraadsleden stevige kritiek mogen uiten op verhuurders en andere ondernemers, zolang ze geen bewuste leugens verspreiden [GPT]. Het vonnis versterkt de positie van lokale politici bij het aankaarten van misstanden in de huursector.