Regenbooglogo's verdwijnen: bedrijven kiezen stilletjes voor omzet boven principes
Amsterdam, zondag, 7 juni 2026.
In juni 2026 zwijgen grote merken waar ze vroeger zongen. ‘Pink hushing’ heet het fenomeen. Steun was nooit echt — het was gewoon marketing.
Van regenboog naar radiostilte
Rond 2005 begonnen Nederlandse multinationals zoals Unilever en ING voorzichtig met Pride-initiatieven [1]. Rond 2020 was het groot feest: regenbooglogo’s overal, speciale collecties, plechtige persberichten. Maar dat feest is voorbij. In 2025 stopten Adidas, Nike en Pepsi met het maken van regenboogartikelen [1]. Pride Amsterdam nam afscheid van Meta en Amazon als sponsor [1]. En in New York dreigde de Pride dat jaar zelfs afgeblazen te worden door een tekort aan sponsoren [1]. Bedrijven die jarenlang vrolijk meewuifden met de regenboogvlag, trokken zich stilletjes terug. Geen persbericht. Geen uitleg. Gewoon weg.
Pink hushing: zwijgen als strategie
Het heeft een naam gekregen: ‘pink hushing’ [1]. Bedrijven voeren intern wel beleid voor lhbtqi+-inclusiviteit, maar brengen dit niet meer naar buiten. De reden is simpel en brutaal eerlijk: angst voor omzetschade en kritiek van de groeiende antiwokebeweging [1]. Amerikaanse bedrijven als Meta, Amazon en Goldman Sachs bouwden hun inclusiebeleid al sinds 2024 af onder politieke druk [1]. Nederlandse bedrijven volgden. Philips communiceert in de VS niet meer open over inclusiebeleid. ASML paste de Amerikaanse tak aan. Accenture zette diversiteitscriteria bij sollicitaties in de VS stop [1]. Anna Berbers, universitair docent en inclusieonderzoeker, is er kort over: “Bedrijven waren bezig met dit onderwerp omdat het strategisch voordeel opleverde. Maar is er risico op kritiek of omzetverlies? Dan niet meer. Dat toont aan dat de steun nooit authentiek was, maar puur performatief.” [1] Dat is een harde conclusie. Maar de feiten ondersteunen haar.
De rekening ligt bij de werkvloer
De economische gevolgen voor de consument zijn voorlopig beperkt — geen regenboogkeycord meer bij de kassa, dat overleeft men. Maar op de werkvloer is de schade groter. Uit een steekproef van adviesbureau Highberg onder ruim 1.900 werknemers blijkt dat het gevoel van inclusie in Nederland stagneert of daalt, met name onder lhbtqia+-personen, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking [1]. Inclusie-expert Henrieke van Bommel van datzelfde Highberg legt uit waar het mis gaat: “Meedoen aan de Pride, regenboogkeycords uitdelen en andere zichtbare uitingen zijn eenvoudige, visuele quick wins. Daar begint het vaak en daar blijft het ook regelmatig bij.” [1] Structureel beleid — denk aan transitieverlof, partnerrechten en adoptierechten — verdwijnt dan ook als eerste als de politieke wind draait [1]. Nederland zelf scoort ondertussen matig: in 2026 staat het land op de dertiende plaats van 49 landen op de ILGA-Europe Rainbow Index, terwijl het vóór 2018 nog in de top tien stond [1]. Een regenbooglogo plakken was goedkoop. Echte inclusie kost moeite. En dat, zo blijkt nu, was precies het probleem.