Nog maar één op de vijf Nederlanders vertrouwt de Tweede Kamer

Nog maar één op de vijf Nederlanders vertrouwt de Tweede Kamer

2026-06-03 politiek

Amsterdam, woensdag, 3 juni 2026.
Het politieke vertrouwen in Nederland is ingestort. Sinds 2021 daalde het vertrouwen in de Tweede Kamer van 50% naar 19%. Tegelijk radicaliseert uiterst rechts: 25% van de FVD-kiezers vindt geweld tegen de democratie acceptabel.

Van vertrouwen naar wantrouwen: de cijfers liegen er niet om

Vandaag, woensdag 3 juni 2026, boden politicologen van de Universiteit van Amsterdam het rapport ‘Veelstemmig: De Tweede Kamerverkiezingen van 2025’ aan aan Tweede Kamervoorzitter Thom van Campen [2]. De boodschap was niet mis. Het vertrouwen in de Tweede Kamer kelderde van 50% in 2021 naar 30% in 2023 en bereikte in 2025 een historisch dieptepunt van 19% [1][2][4]. Het vertrouwen in de regering staat op 15%, in politieke partijen zelfs op 12% [4]. Ter vergelijking: in 2021 was nog bijna twee derde van de Nederlanders tevreden over hoe de democratie werkte. In 2025 is dat gedaald naar 56% [1][4]. Nederland nadert daarmee het EU-gemiddelde, samen met landen als Letland, Polen en Portugal [4]. Onderzoeker Eelco Harteveld van de Universiteit van Amsterdam trekt een harde conclusie: ‘Het kabinet-Schoof heeft het vertrouwen lager gemaakt dan vóór het aantreden’ [1]. Dat kabinet — een coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB — viel voor de verkiezingen van oktober 2025. Slechts 3% van de kiezers bleek achteraf tevreden over dat experiment [1]. Bij de daaropvolgende verkiezingen verdween NSC volledig uit de Kamer, verloor de PVV 12 zetels en werd D66 onder leiding van Rob Jetten met 26 zetels de grootste partij [1][2][3].

Uiterst rechts radicaliseert — en dat is geen metafoor

Achter de vertrouwensdaling schuilt een nog zorgelijker trend. Circa 25% van de FVD-kiezers en 10% van de PVV-kiezers vindt dat de democratie met geweld mag worden omvergeworpen [1]. Het landelijk gemiddelde ligt op 6% [1]. Ruim 80% van de Nederlanders voelt afkeer van een specifieke politieke partij — met de PVV als meest genoemde — en voor een derde van die groep is die afkeer onderdeel van hun identiteit [2][4]. Bovendien gelooft 25% van de Nederlanders dat sommige partijen er bewust op uit zijn ‘Nederland kapot te maken’ [2][4]. Toch blijven de meeste Nederlanders die polarisatie op afstand ervaren: voor slechts een klein percentage beïnvloedt het hun dagelijks leven direct [2]. Het verlies van de PVV werd binnen het uiterst rechtse blok volledig gecompenseerd door winst van FVD en JA21 [1]. De 46 zetels rechts van de VVD (exclusief SGP) bleven dus grotendeels behouden, maar verschoven naar radicalere partijen [1]. Onderzoeker Twan Huijsmans van de UvA vat het dilemma van de VVD — die op 22 zetels uitkwam — scherp samen: ‘De VVD schuift duidelijk op. Ze is de strijd met partijen als de PVV en JA21 gaan voeren om de gunst van de uiterst rechtse kiezer. Maar ze vergat dat aan de andere kant van het spectrum een groot deel van de kiezers is vertrokken’ [1].

Wonen en zorg zijn het grootst — maar niemand pakt ze op

Ondertussen liggen de échte zorgen van kiezers ergens anders. Wonen en zorg zijn de meest urgente thema’s, maar missen een duidelijke politieke eigenaar: 20% van de kiezers koppelt geen enkele partij aan het woonthema, en koploper GroenLinks-PvdA scoort op beide thema’s slechts circa 15% [3]. Partijen kozen liever voor scherpe profielen op andere dossiers: de PVV op immigratie (ruim 60% van de kiezers herkent dat), D66 op onderwijs, VVD op veiligheid, economie en defensie [3]. Het resultaat? Het kiezersonderzoek vat het zelf treffend samen: ‘De kiezer stemt een versplinterde Kamer bij elkaar, maar ergert zich vervolgens aan de versplintering’ [3]. Harteveld waarschuwt voor een vicieuze cirkel: ‘De partijtrouw is uitzonderlijk laag. Kiezers verspreiden zich over steeds meer partijen. Dat maakt het moeilijk stabiele coalities te vormen, wat weer leidt tot een gebrek aan resultaten. Het risico op wéér een afstraffing wordt zo alleen maar groter’ [1]. Voor de burger is de boodschap duidelijk: zolang Den Haag wonen en zorg blijft negeren, blijft het vertrouwen dalen. En dat vertrouwen staat — om het voorzichtig te zeggen — al op de bodem [1][4].

Bronnen


kiezersonderzoek radicalisering