Politiehonden risico's nemen tijdens arrestaties terwijl kritiek groeit op 'ouderwetse' aanpak
Nederland, maandag, 16 februari 2026.
De Nederlandse politie zet 400 surveillancehonden in bij demonstraties en arrestaties, maar dierenwelzijnsorganisaties willen verandering. Recent raakten politiehonden gewond in Den Bosch, werden ze neergeschoten in Dalfsen en Schiedam, en gestoken in Utrecht. Experts noemen honden geen ‘instrumenten’ maar levende wezens met grenzen. Alternatieven voor gevaarlijke missies worden onderzocht.
Amersfoort wordt centrum van debat over politiehonden
Op woensdag 12 februari jaarwisseling spraken politie, defensie, marechaussee, wetenschappers en maatschappelijke organisaties in Amersfoort over de nieuwe Regeling Werkhonden Rijksoverheid [1][2]. De Dierenbescherming en Koninklijke Hondenbescherming willen meer openheid over training, inzet en verwondingen van de circa 400 surveillancehonden die Nederland telt [1][2]. “Een hond is geen instrument of wapen, maar een levend wezen met fysieke en mentale grenzen”, stelt Daphne Groenendijk, directeur van de Koninklijke Hondenbescherming [1][2]. Piko Fieggen van de Dierenbescherming erkent dat speurhonden in havens een goed leven kunnen hebben, maar maakt zich zorgen over “situaties die vol risico’s zitten, zoals een inval in een drugslab of de arrestatie van gevaarlijke verdachten” [1][2].
Reeks gewelddadige incidenten toont risico’s voor politiehonden
De afgelopen jaren liepen politiehonden ernstig letsel op tijdens hun werk. In Schiedam (2018) en Dalfsen (2024) stierven honden door kogels [1][2]. Tijdens de jaarwisseling werd een politiehond in Utrecht neergestoken, in Goes (2023) werd een hond geschopt tijdens uitgaansgeweld, en in Den Bosch (2025) raakte een politiehond gewond aan zijn bek tijdens een aanhouding [1][2]. Politiesocioloog Jaap Timmer van de VU waarschuwt voor honden die niet gehoorzamen: “Het is niet prettig als zo’n ‘Black and Decker’ je grijpt en het commando om los te laten negeert” [1][2]. Zembla-uitzendingen uit 2020 toonden al aan dat politiehonden soms niet luisteren en onbedoeld letsel veroorzaken [1][2].
Zoektocht naar alternatieven en betere selectie
De Hondenbescherming pleit voor selectie op basis van gezondheid en mentale stabiliteit in plaats van agressie [1][2]. Fieggen wil onderzoek naar situaties waarin politiehonden overbodig zijn en alternatieven voor risicovolle missies [1][2]. Onderzoeker Timmer benadrukt dat speurhonden onmisbaar blijven vanwege hun reukvermogen, mits ze positief getraind worden [1]. Groenendijk waarschuwt dat “maatschappelijk nut nooit een rechtvaardiging kan zijn voor structureel dierenleed of disproportioneel risico voor het dier” [2]. De politie heeft nog geen antwoord gegeven op vragen over de toekomst van politiehonden en het aantal verwondingen [1][2].